L'ALPE D'HUEZ - Bram de Groot lag dinsdag in de vijftiende etappe van de Ronde van Frankrijk opeens op de grond. Geen idee wat er gebeurd was, maar de gevolgen, onder anderen een fikse wond aan de linkerknie, waren desastreus. De renner van Rabobank moest opgeven.

De Groot vertrok 's avonds met ploegleider Frans Maassen naar een hulppost op L'Alpe d'Huez. De knie moest zowel inwendig als uitwendig gehecht worden. Voor het eerste had ploegarts Dion van Bommel de benodigde oplosbare hechtingen niet voorradig. "Het is onvoorstelbaar dat ze Bram met die wond nog een tijdje hebben laten fietsen", mopperde Van Bommel.

De renner zelf had geen idee wat er gebeurd was, vroeg in de koers op het moment dat zijn ploeggenoten Posthuma en Mentsjov, die had moeten plassen, weer aansloten. "Ik keek om, zag Joost langskomen en lag opeens op de grond", vertelde hij 's avonds. De Groot had het nog even geprobeerd maar kreeg last van duizelingen.

Aan de val hield hij verder schaafwonden aan schouder, rug en heup over. De Groot was de tweede Nederlander na Erik Dekker, die moest opgeven in deze Tour.

Afdruk helm

Landgenoot Steven de Jongh ging dinsdag ook onderuit, maar kon de wedstrijd voortzetten. "Ik ben gevallen in de afdaling van de Izoard", vertelde de renner van Quick-Step. "Ik kwam hard op mijn hoofd terecht, de afdruk van mijn helm stond er nog op."

De Jongh zag zijn fiets in het ravijn tuimelen. "Ik ben er achteraan gekropen en heb een bocht lager mijn weg vervolgd. Ik hoop maar niet dat ik nu gediskwalificeerd wordt", lachte de Noord-Hollander, die zijn kopman Tom Boonen zag opgeven, 's avonds al weer.

Insectenbeet

Twee andere Nederlanders, Joost Posthuma en Bram Tankink, moesten zich tijdens de rit melden bij de tourarts wegens een insectenbeet.