RENNES - Joost Posthuma heeft zaterdag een puike prestatie geleverd door in de 52 kilometer lange tijdrit van de Tour in de top tien te eindigen. De 25-jarige coureur uit Hengelo moest in Rennes slechts 1.45 prijsgeven op de Oekraïense specialist Sergei Gontsjar, die de gele trui overnam van Tom Boonen.

Wel bleef Posthuma erkende hardrijders als de Amerikaan Zabriskie, de Colombiaan Pena en de Rus Ekimov voor. "Ik denk dat 't wel een goede tijd is", sprak Posthuma. Op dat moment moesten de meeste toppers nog aan hun race beginnen en wist de lange Nederlander niet dat hij als tiende zou eindigen, vlak achter Rabo-kopman Denis Mentsjov.

"Vooraf had ik voor mezelf bepaald dat de proloog en tijdrit belangrijk voor me zijn", aldus Posthuma. "Eigenlijk hoopte ik in deze rit de witte trui te kunnen veroveren, maar dat klassement moest ik uit mijn hoofd zetten nadat ik in de rit naar Valkenburg achter die valpartij van Valverde zat en daardoor veel tijd verloor."

Splinternieuwe tijdritfietsen

Rabobank heeft de afgelopen maanden veel tijd en geld geïnvesteerd om de prestaties in de race tegen de klok te verbeteren. De ploeg bestelde splinternieuwe tijdritfietsen en bracht vervolgens veel tijd door in de windtunnel, zodat de ideale positie kon worden gevonden. "Ik heb ook lange trainingen gemaakt op die tijdritfiets", zei Posthuma. "Om je rug- en bilspieren te versterken. Je lichaam moet gewend raken aan die positie."

Mentsjov

De (financiële) inspanningen van Rabobank misten zaterdag hun uitwerking niet. Mentsjov finishte als negende (op 1.44 van Gontsjar) en pakte daarmee tijdwinst op concurrenten als Evans, Savoldelli, Hincapie en Popovitsj. Posthuma was slechts een tel langzamer dan zijn Russische teamgenoot. "Deze tijdrit was op het lijf geschreven van specialisten", meende Posthuma. "Het parkoers was glooiend. Ze zeggen altijd dat de eerste tourweek helemaal vlak is, maar ik heb nog geen vlak parkoers gezien. Het gaat allemaal op en af. Ook in de tijdrit."

De prestatie van Posthuma is extra opmerkelijk, omdat hij amper tijdritten met een soortgelijke lengte (52 kilometer) heeft afgewerkt. In kleinere etappekoersen krijgen de renners vaak races tegen de klok over maximaal 35 kilometer. "Dit zijn afstanden die je niet dagelijks voor de kiezen krijgt", weet hij. "Daarom moet je niet te hard van stapel lopen. Ik denk dat ik de race wel aardig heb opgebouwd."