Thomas Bach, de voorzitter van het internationaal olympisch comité (IOC), vindt niet dat sporters op basis van hun land van herkomst moeten worden uitgesloten van wedstrijden. Hij deelt die mening in het licht van de Russische invasie in Oekraïne en roept sportbonden op niet te veel te luisteren naar hun overheden.

"Als we de overheden laten beslissen wie wel en niet mag meedoen aan sportwedstrijden, dan maken die keuzes op basis van hun politieke belangen", zei Bach woensdag tijdens de algemene ledenvergadering van de associatie van internationale sportfederaties die deelnemen aan de Olympische Zomerspelen (ASOIF).

"We moeten zelf maatregelen treffen, anders doen regeringen dat", benadrukte de 68-jarige Bach. "Kijk maar naar Frankrijk, daar konden Russische spelers onder een neutrale vlag in actie komen. Op Wimbledon zegt de regering dat dit niet kan."

De IOC-voorzitter is wel van mening dat sancties opgelegd moeten kunnen worden aan "iedereen die de oorlog steunt", maar dat de rechten van mensen die de oorlog niet steunen moeten worden gerespecteerd.

"We kunnen nu sporters uit Rusland en Belarus die sancties wel opleggen, maar morgen is het misschien je eigen land. Er is geen enkel land in de wereld dat geliefd is bij elke andere regering."

Het IOC riep begin dit jaar sportbonden nog op om sporters uit Rusland en Belarus te weren van toernooien om de "integriteit van de sport en de veiligheid van deelnemers te beschermen". De organisatie benadrukte destijds wel in dubio te zitten, omdat het sporters niet wil straffen voor beslissingen die door hun regering zijn genomen.