Het team van LeBron James heeft in de nacht van zondag op maandag (Nederlandse tijd) de jaarlijkse All-Star Game in de NBA gewonnen. Het team van Kevin Durant werd in Cleveland met 163-160 verslagen, vooral dankzij Stephen Curry.

De 33-jarige Curry schoot vijftig punten bij elkaar, vrijwel allemaal driepunters. De vedette van Golden State Warriors legde 27 keer aan voor een driepunter en gooide 16 keer raak.

"Het was heel leuk", zei Curry, die het publiek vermaakte met zijn spel en door zijn teamgenoten ook steeds in stelling werd gebracht. "Ik had al snel het juiste gevoel te pakken en bleef maar scoren. Ik probeerde er een beetje een show van te maken. Ik wilde zoiets graag eens meemaken in de All-Star Game."

Uitblinker Curry werd gekozen tot 'MVP'. Teamcaptain James kwam in zijn achttiende All-Star-wedstrijd tot 24 punten. De 37-jarige ster van Los Angeles Lakers haalde de zege binnen voor zijn ploeg door bij een stand van 161-160 de beslissende punten te maken.

Durant, de captain van het andere team, ontbrak in Cleveland. Zijn oma overleed eerder op de dag. De 33-jarige speler van Brooklyn Nets zou vanwege een knieblessure sowieso niet hebben meegespeeld. Bij Team Durant was Joel Embiid de topscorer met 36 punten.

Het team van James was de laatste jaren steeds de best in de All-Star Game. Het reguliere NBA-seizoen gaat in de nacht van donderdag op vrijdag verder.