Twee jaar na de wereldtitel is er veel veranderd bij de Nederlandse handbalsters. De beste speelster van toen raakte zwaar geblesseerd, andere belangrijke krachten namen afscheid en op het EK en de Spelen kwam Oranje niet in de buurt van een medaille. Maar onveranderd is dat Nederland zich bij de start van het WK deze week in Spanje regerend wereldkampioen mag noemen. "Kom maar op, probeer het maar van ons af te pakken."

Ze kan hem de rest van haar leven aan haar dochter en - wie weet - kleinkinderen laten zien. "Dan pak ik die gouden plak erbij en zeg ik: kijk, mama is wereldkampioen geworden. Te gek toch?" Estavana Polman is er trots op, al denkt ze niet vaak meer aan de gewonnen WK-finale tegen Spanje, laat staan dat ze de beelden opzoekt. En toch is die gouden plak voor haar meer dan een medaille.

"Het is de beloning voor een proces, voor het harde werken van het hele team. En voor de keuzes die ik gemaakt heb in het leven. Op jonge leeftijd naar het buitenland gaan en mijn familie moeten missen."

Polman speelt al elf jaar in Oranje, met de WK-titel van 2019 in Japan als ultiem hoogtepunt. Negen keer gooide ze raak in de finale tegen Spanje in Kumamoto, waarna ze werd uitgeroepen tot beste speelster van het toernooi. Twee jaar later is ze twee kruisbandblessures verder en is ze al blij dat ze vrijdagavond in Torrevieja fysiek goed genoeg is om minuten te maken in de WK-opener van Nederland tegen Puerto Rico.

Lois Abbingh is ook weer fit, nadat ze in het najaar had getobd met haar fysiek. Zij was het die twee jaar geleden in de eindstrijd tegen Spanje in de laatste seconde de beslissende penalty binnen gooide. "Nee, het zal niet snel mooier worden dan toen", beseft Abbingh, die met 71 goals ook nog eens topscorer van het WK werd.

"Dat geeft rust. Of ik nou morgen stop of over tien jaar, ik kan altijd zeggen dat ik succes heb gehad als handbalster. Maar het liefst komt er nog een gouden medaille bij. De gretigheid is niet minder, het is hooguit een ander soort gretigheid. Nu ik goud geproefd heb, weet ik hoe lekker het is. Dat wil ik nog een keer meemaken. Ik weet alleen niet of het realistisch is. We zitten in een overgangsfase."

Vreugde bij Lois Abbingh (links) en Estavana Polman (rechts) na de bronzen WK-finale van 2017.

Vreugde bij Lois Abbingh (links) en Estavana Polman (rechts) na de bronzen WK-finale van 2017.
Vreugde bij Lois Abbingh (links) en Estavana Polman (rechts) na de bronzen WK-finale van 2017.
Foto: Getty Images

'Ik schaamde me'

Polman en Abbingh, allebei 29 jaar, behoren al jaren tot de bekendste gezichten van de handbalsters, die niet alleen door het WK-goud van 2019 maar ook door WK-zilver (2015), EK-zilver (2016), WK-brons (2017) en EK-brons (2018) uitgroeiden tot een van de succesvolste sportteams van Nederland. Met Tess Wester (28), Laura van der Heijden (31), Danick Snelder (31), Angela Malestein (28), Kelly Dulfer (27) en Debbie Bont (30) vormen ze nu het ervaren blok in de selectie, terwijl generatiegenoten zijn gestopt. Nycke Groot, Yvette Broch, Martine Smeets en Jessy Kramer volgen het WK de komende weken op afstand.

Polman: "We hebben nog steeds veel ervaring, maar ook aardig wat jonge speelsters. Wat dat betreft kunnen we nog een stap zetten, maar ik vind niet dat we ons daarachter moeten verschuilen. Je moet schijt hebben, een jonge ploeg mag geen excuus zijn." Abbingh: "Het doel moet zijn om niet meer te hoeven spreken over jong en oud. Dat er geen verschil meer is tussen pakweg 24 en 31 jaar."

Nu is dat verschil er nog wel. "De verklaring van het succes van 2019 is dat we er stonden op het moment dat het moest", denkt Abbingh. "We verloren wedstrijden, maar als we moesten winnen, dan gebeurde dat ook. En natuurlijk zat daar geluk bij, maar ik denk ook dat dat met ervaring te maken had. Precies dan het beste in jezelf naar boven halen. Nu komt het op belangrijke momenten op minder schouders aan."

Op het EK van vorig jaar, waarop Nederland als zesde eindigde, en op de Spelen in Tokio, met de kwartfinale als eindstation, kwam dat misschien ook al tot uiting. En die mindere resultaten zorgen er wellicht voor dat er nu minder verwacht wordt van Oranje, dat een week geleden ook nog eens met keiharde cijfers onderuitging (36-21) in een oefenduel met Noorwegen.

"Toen ik na die wedstrijd terug was in het hotel, voelde ik me klote", vertelt Polman. "Ik schaamde me gewoon. Maar goed, dat was de volgende dag weg. Je hebt meer aan zo'n oefenwedstrijd dan aan een die je met tien doelpunten verschil wint. We staan in ieder geval met beide benen op de grond en hebben het goed opgepakt. Het doel en de droom zijn op dit WK hetzelfde: we willen weer goud."

De gouden Nederlandse WK-selectie van 2019.

De gouden Nederlandse WK-selectie van 2019.
De gouden Nederlandse WK-selectie van 2019.
Foto: ANP

'Je kan zomaar als zestiende eindigen'

Abbingh is voorzichtiger als ze praat over doelen en dromen. "Als alles goed valt, dan komen we heel ver, maar het kan ook snel voorbij zijn. Dat maakt handbal zo ontzettend mooi. De top is breed en dus is het al lastig om het finaleweekend te halen. Doordat we nu twee toernooien achter elkaar geen medaille hebben gepakt, mis ik het gevoel van het podium. En dan maakt het niet eens zo veel uit of het goud, zilver of brons is."

Polman: "Eigenlijk wil ik maar één plak, en dat is goud. En ik geloof in onze kansen, anders had ik hier niet gezeten. Ik ga niet voor de top acht naar een WK, al ligt het heel dicht bij elkaar. Als alles klopt, dan kunnen we weer wereldkampioen worden, maar je kan hier ook zomaar als zestiende eindigen. Dat wil je niet als titelverdediger."

De 146-voudig international voelt die druk, al vindt ze dat niet erg. "Een titel winnen is de ultieme beloning, maar een titel verdedigen heeft ook wel iets. Aangekondigd worden als regerend wereldkampioen, weet je hoe lekker dat klinkt? Kom maar op, probeer het maar van ons af te pakken."

Prestaties handbalsters op laatste titeltoernooien

  • Spelen 2021: Vijfde
  • EK 2020: Zesde
  • WK 2019: Goud
  • EK 2018: Brons
  • WK 2017: Brons
  • EK 2016: Zilver
  • Spelen 2016: Vierde
  • WK 2015: Zilver