Schoonspringster Celine van Duijn is donderdag bij de EK in Boedapest als zesde geëindigd in de finale op de toren. Daardoor greep ze deze keer naast de medailles, na haar Europese titel in 2018 en het zilver in 2019.

De 28-jarige Van Duijn kwam in de finale na vijf sprongen van 10 meter hoogte tot een totaal van 299,80 punten en bleef daarmee ver verwijderd van een podiumplaats.

Het goud ging naar de Russin Anna Konanychina die uitkwam op een totaal van 365,25 punten. Het zilver was voor haar landgenote Yulia Timoshinina (329,20 punten).

De Britse Andrea Spendolini won het brons met 326,60 punten. Daarmee verwees ze titelverdedigster Sofiya Lyskun uit Oekraïne, die zich met de hoogste score voor de finale had geplaatst, naar de vierde plaats.

Van Duijn had zich als tweede geplaatst voor de eindstrijd. Ze pakte twee jaar geleden op het EK zilver achter de Oekraïense. Een jaar eerder zorgde de Nederlandse voor een grote verrassing door de Europese titel te veroveren op de toren bij de EK in Edinburgh.

Pascal Faatz en Bram Meulendijks eindigden in de finale van de 3 meter synchroon als tiende en laatste. Het duo bleef met 311,04 punten op ruime achterstand van de Duitsers Patrick Hausding en Lars Rüdiger, die met 426,78 punten goud pakten. Meulendijks was debutant in de ploeg van bondscoach Edwin Jongejans.