Sharon van Rouwendaal koos negen maanden geleden na zeven jaar onder het Spartaanse regime van de Franse coach Philippe Lucas voor een compleet nieuw pad. Bij de EK zwemmen in Boedapest hoopt de olympisch kampioen in het open water de bevestiging te krijgen dat haar overstap naar Duitsland de juiste weg richting de Olympische Spelen is.

Vorig jaar september, amper een maand nadat ze van Montpellier naar Maagdenburg was verhuisd, plaatste Van Rouwendaal een vrolijke foto van zichzelf op Twitter. "Nieuw weekrecord: 111,4 kilometer!", schreef ze.

Het was de uitschieter bij een hoogtestage van 22 dagen in het Italiaanse Zuid-Tirol, waar de Nederlandse in 42 zwemtrainingen in totaal 322 kilometer aflegde. "Mensen dachten misschien dat ik naar een makkelijkere coach was verhuisd en minder zou gaan zwemmen", zegt de 27-jarige Van Rouwendaal met een lach in gesprek met NU.nl. "Maar ik ben juist meer gaan doen."

De vrouw die al op haar dertiende begon met 90 kilometer per week te zwemmen en vorig jaar een biografie uitbracht met de veelzeggende titel Bruut, koos dan ook niet voor trainer Bernd Berkhahn omdat ze was uitgekeken op de enorme trainingsomvang bij Lucas. Maar na zeven jaar - en vele successen - was het wel tijd voor een andere aanpak.

Niet meer elke training van begin tot eind in het rood, niet langer de constante dreiging van de onvermijdelijke stopwatch of een tirade vanaf de rand van het bad van de excentrieke Lucas. In Maagdenburg mag Van Rouwendaal haar trainingen rustiger opbouwen, wordt alles gemeten en heeft ze amper nog last van haar chronische schouderklachten.

"Vroeger moest ik ook zelf een programma voor krachttraining in elkaar flansen, nu krijg ik gewoon een schema. Ik hoef nergens meer aan te denken, behalve het zwemmen", aldus Van Rouwendaal, die benadrukt dat ze ook veel te danken heeft aan Lucas. "Maar ik ben echt blij met mijn overstap. Het is allemaal wat chiller, ook privé."

'Wil op EK tonen dat ik juiste keuze heb gemaakt'

De belangrijkste graadmeter voor het succes van de verhuizing van Van Rouwendaal volgt komende zomer bij de Spelen in Tokio, waar de langeafstandzwemster haar olympische titel op de 10 kilometer in het open water wil prolongeren.

De EK van deze week is een belangrijke test op de weg naar Japan, al is het maar omdat Van Rouwendaal in Boedapest haar eerste wedstrijden in het open water sinds februari 2020 zwemt. De Nederlandse verdedigt woensdag haar titel op de niet-olympische 5 kilometer en donderdag op de 10 kilometer.

"Ik voel me echt goed, maar natuurlijk wil ik deze week goed scoren bij de EK", aldus Van Rouwendaal. "Ik wil aantonen dat ik vorig jaar een goede keuze heb gemaakt door naar Duitsland te gaan. Ik zei voor de grap al tegen Bernd dat ik het bij mijn vorige coach nooit slechter heb gedaan op een EK dan de vierde plek. 'Je legt de lat wel hoog', lachte hij."

Sharon van Rouwendaal en Philippe Lucas (rechts) bij een training in Frankrijk in 2015.

Sharon van Rouwendaal en Philippe Lucas (rechts) bij een training in Frankrijk in 2015.
Sharon van Rouwendaal en Philippe Lucas (rechts) bij een training in Frankrijk in 2015.
Foto: ANP

'Spelletje met Lucas zal wel blijven'

In Hongarije zal Van Rouwendaal Lucas voor het eerst sinds haar vertrek weer tegenkomen. De Franse coach heeft nog steeds een aantal openwaterzwemsters onder zijn hoede. "Ik wil aan Philippe laten zien dat ik het nog kan", zegt de Nederlandse met een lach.

"Ik weet nu al dat hij zijn zwemsters tegen me op gaat zetten, dat hij hun gaat vertellen dat ze sneller zijn dan ik. Het spelletje dat ik Philippe wil verslaan, dat we vroeger altijd speelden voor wedstrijden, blijft wel. Maar het zal me nu op een iets andere manier motiveren."

De 5 kilometer open water voor vrouwen begint woensdag om 11.00 uur. De 10 kilometer start donderdag om 10.00 uur.