Het internationaal olympisch comité heeft een deal gesloten met het Amerikaanse farmaceutische concern Pfizer en de Duitse partner BioNTech over de levering van vaccins aan sporters en begeleiders bij de Olympische Spelen van Tokio.

In een verklaring melden de twee firma's donderdag dat ze gaan samenwerken met de nationale olympische comités. "Zo zijn we er zeker van dat vaccins tegen het coronavirus voor iedereen beschikbaar zijn die het nodig heeft voordat ze naar Japan reizen", staat in de verklaring.

Pfizer en BioNTech verwachten dat eind mei de levering van de vaccins aan de betrokken lidstaten op gang komt, met als uitgangspunt dat de tweede dosis bij sporters en officials kan worden gezet nog voor aankomst in Tokio.

Vaccinatie is niet verplicht voor de olympische deelnemers, maar het IOC raadt het wel sterk aan. "We nodigen alle olympische en paralympische sporters en begeleiders uit om het goede voorbeeld te geven en het vaccin waar en wanneer mogelijk te accepteren", zei voorzitter Thomas Bach onlangs.

De twee farmaceuten benadrukken dat het doneren van de vaccins aan de olympische deelnemers niet ten koste zal gaan van de bestaande overeenkomsten met landen over de levering van het middel tegen COVID-19.

Vaccinatie Nederlandse sporters al begonnen

In Nederland begon het inenten van de olympische sporters half april, kort nadat het demissionaire kabinet had besloten om de olympiërs voorrang te geven in het vaccinatieproces. Deze maand kunnen de ongeveer vierhonderd atleten hun tweede prik met het vaccin van Pfizer/BioNTech halen.

De Spelen in Tokio beginnen op 23 juli en de sluitingsceremonie is op 8 augustus. Vorige week maakte de organisatie bekend dat sporters tijdens het evenement dagelijks getest gaan worden. Verder moeten ze onder meer het contact met de Japanse bevolking beperken en mogen ze geen gebruikmaken van openbaar vervoer.

In juni wordt een besluit genomen over het al dan niet toelaten van Japanse toeschouwers. Toeschouwers uit andere landen zijn sowieso niet welkom in de stadions.