De Nederlandse handbalsters hebben zondag ook hun tweede oefenwedstrijd in de voorbereiding op de Olympische Spelen in Tokio gewonnen. De regerend wereldkampioen was in de Maaspoort van Den Bosch met 30-28 te sterk voor Slovenië.

Oranje rekende vrijdag ook al af met Slovenië: 35-27. Het waren de eerste twee interlands van Nederland sinds het EK in december, waar de ploeg van bondscoach Emmanuel Mayonnade teleurstellend als zesde eindigde.

Oranje trad in Den Bosch nog niet aan met Estavana Polman. De sterspeelster sloot na acht maanden revalideren van een kruisbandblessure weer aan bij het Nederlands team, maar is nog niet wedstrijdfit. Topscorer Lois Abbingh speelde wel mee, maar kreeg veel rust van assistent-coach Ekatarina Andryushina, die Mayonnade verving. De Franse coach bleef wegens privéomstandigheden thuis.

Nederland begon veel minder overtuigend dan in de eerste ontmoeting met Slovenië. De ploeg bood nauwelijks weerstand tegen een veel agressievere tegenstander, die vanaf het begin makkelijk scoorde. Zelf speelde de thuisploeg slordig en miste veel kansen. Bij rust leidde Slovenië met 15-12.

In de tweede helft veranderde het wedstrijdbeeld en kwam Nederland beter in zijn spel. De dekking stond wat scherper en de aanval werd effectiever, maar het duurde tot halverwege de tweede helft voordat Oranje op gelijke hoogte kwam (22-22). Inger Smits leverde vervolgens vier doelpunten op rij af en bracht het elan in de ploeg voor een succesvol slotoffensief.

In april volgt in Kroatië een tweede oefenstage in de aanloop naar de Spelen. Komende zomer gaat Oranje in Tokio voor een medaille, nadat de ploeg vijf jaar geleden bij het olympische debuut in Rio de Janeiro als vierde was geëindigd.