De Japanse regering heeft donderdag besloten de noodtoestand in Tokio en omliggende gebieden zondag op te heffen. Het besluit is een opsteker voor de organisatie van de Olympische Spelen, die over vier maanden van start gaan.

De noodtoestand werd begin januari afgekondigd vanwege het oplopende aantal nieuwe besmettingen in Tokio. De situatie is nu verbeterd - zo zijn er meer ziekenhuisbedden beschikbaar - en dat is volgens premier Yoshihide Suga genoeg reden om de noodtoestand op te heffen.

Dat betekent overigens niet dat alle restricties in Tokio, Saitama, Chiba en Kanagawa worden opgeheven. Zo moeten de restaurants in ieder geval tot eind maart uiterlijk om 21.00 uur de deuren sluiten. Op die manier willen de autoriteiten een nieuwe besmettingsgolf voorkomen.

In Tokio werden woensdag 409 nieuwe besmettingen met het coronavirus gemeld. Dat zijn een stuk minder nieuwe gevallen dan in januari. Wel is dit het grootste aantal nieuwe besmettingen sinds half februari. In de Japanse hoofdstad zijn tot dusver meer dan zestienhonderd mensen aan COVID-19 overleden. In heel Japan zijn dat er ruim 8.700.

Gouverneur Yuriko Koike waarschuwt dat de inwoners van Tokio ondanks de opheffing van de noodtoestand waakzaam moeten blijven. "We zijn pas net begonnen met vaccineren. Tot we daarmee klaar zijn, moeten we ons blijven inzetten", aldus Koike.

De Olympische Spelen staan komende zomer van 23 juli tot en met 8 augustus op het programma in Tokio. Veel Japanners zien het vanwege de coronapandemie niet zitten dat het vierjaarlijkse sportevenement doorgaat.