Nadine Visser heeft zondag op imponerende wijze haar Europese titel geprolongeerd op de 60 meter horden. De Nederlandse snelde bij de EK indoor in Torun naar 7,77 en dat is de snelste tijd voor een Europese atlete sinds februari 2008.

Met 7,77 liep Visser uiteraard ook een persoonlijk én een Nederlands record. Het nationale record was de 7,81 die de Noord-Hollandse vorige maand liep in Madrid. Het wereldrecord van 7,68 van de Zweedse Susanna Kallur is nog wel ver weg voor Visser.

De andere Nederlandse in de eindstrijd zondag in Torun, Zoë Sedney, finishte als zevende. De pas negentienjarige atlete had verrassend de finale bereikt en noteerde een tijd van 8,00.

Het zilver was voor de Britse Cynthia Sember, die met 7,89 niet in de buurt kwam van Visser. Het brons ging met Tiffany Porter (7,92) ook naar een Britse.

Goud geeft vertrouwen richting Tokio

Visser verdedigde in Torun de Europese titel die ze twee jaar geleden veroverde in Glasgow. Toen was ze een van de kanshebbers, nu de onbetwiste favoriete. Die status deerde haar weinig; Visser oogde in Torun zelfverzekerd en liep zich met praktisch foutloze races in de series en de halve finales naar de eindstrijd.

Haar gouden race in de finale gaat de boeken in als een nagenoeg perfecte. Visser liet zien dat ze deze winter weer beter is geworden en dat belooft wat richting de Olympische Spelen komende zomer in Tokio.

Visser loopt in Tokio de 100 meter horden (de 60 meter horden staat outdoor niet op het programma). Op de WK in 2019 in Doha werd ze daarop zesde.

Nederland eindigt bovenaan medaillespiegel

De Nederlandse equipe eindigde de EK met vier keer goud, eenmaal zilver en twee keer brons als eerste op de medaillespiegel.

Zaterdag pakte Femke Bol goud op de 400 meter bij de vrouwen en bij de mannen was op de 400 meter zilver voor Tony van Diepen en brons voor Liemarvin Bonevacia.

Een dag later volgde naast de titel van Visser goud op de 4x400 meter bij zowel de mannen als de vrouwen en brons voor Jamile Samuel op de 60 meter.

Medaillespiegel EK indoor

  • 1. Nederland - 4 goud, 1 zilver, 1 brons (7)
  • 2. Portugal - 3 goud (3)
  • 3. Groot-Brittannië - 2 goud, 4 zilver, 6 brons (12)
  • 4. België - 2 goud, 2 zilver, 1 brons (5)
  • 5. Frankrijk - 2 goud, 2 zilver (4)
  • 6. Oekraïne - 2 goud, 1 zilver (3)
  • 7. Noorwegen - 2 goud (2)
  • 7. Zwitserland - 2 goud (2)
  • 9. Polen - 1 goud, 5 zilver, 4 brons (10)
  • 10. Spanje - 1 goud, 2 zilver, 2 brons (5)