De Nederlandse waterpoloërs hebben zich zaterdag op het olympisch kwalificatietoerooi (OKT) in Rotterdam hersteld na de teleurstelling van vrijdag, toen deelname aan de Olympische Spelen werd misgelopen. Oranje won met 14-11 van Georgië.

Nederland ondervond weinig problemen met Georgië. De ploeg van bondscoach Harry van der Meer stond na de eerste periode op een 4-1-voorsprong en behield die marge in het vervolg van de wedstrijd. Pascal Janssen was met vijf doelpunten de topscorer aan de kant van Nederland.

Zondag strijdt Nederland met Frankrijk om de vijfde plaats. De Fransen waren later op zaterdag met 11-9 te sterk voor Canada. De top drie van het OKT plaatst zich voor de Spelen van komende zomer in Tokio.

Hoewel Nederland zich niet meer kan kwalificeren voor het belangrijkste sportevenement ter wereld, doet het er wel goed aan om zo hoog mogelijk te eindigen. Mogelijk haken geplaatste landen vanwege coronaperikelen af en kan een van de reserves alsnog naar Tokio.

Nederland uitgeschakeld door Montenegro

Vrijdag werd Nederland in de kwartfinales uitgeschakeld door Montenegro, waarvan met 7-13 werd verloren. Dat was bepaald geen schande, aangezien de Montenegrijnen zestien plekken hoger staan op de wereldranglijst (6 om 22).

"Er is zoveel positiviteit, ondanks dat we het niet hebben gehaald", zei Van der Meer na de zege op Georgië. "Het waterpolowereldje is klein, maar we krijgen zoveel berichten van mensen die zien dat er een ander Nederland staat dan dat er in het verleden heeft gestaan. Dat geeft zelfvertrouwen en voldoening. Daar hebben we het na de nederlaag tegen Montenegro ook over gehad. Eerst was er de zure appel, daarna neemt de positiviteit het langzaam over."

Nederland deed in 2000 voor het laatst mee aan de Spelen. De waterpoloërs waren in 2016 heel dicht bij plaatsing voor de Spelen in Rio de Janeiro, maar ze verloren de beslissende kwalificatiewedstrijd via strafworpen van Frankrijk.