Bondscoach Harry van der Meer is teleurgesteld, maar ook trots na uitschakeling van de Nederlandse waterpoloërs op het olympisch kwalificatietoernooi (OKT). Oranje toonde de voorbije week aan de wereldtop te naderen, maar het was onvoldoende voor een ticket naar Tokio.

"De teleurstelling is groot. We hebben er vier jaar lang keihard voor gewerkt", treurde Van der Meer vrijdag bij de NOS. Oranje verloor in de kwartfinale met 7-13 van Montenegro en liep daardoor een plek bij de laatste vier mis. De beste drie landen in Rotterdam plaatsen zich voor de Spelen.

"Toch hebben we ook gemengde gevoelens", zei de coach. "We hebben het hele toernooi goed gespeeld, ook nu weer tegen een topland als Montenegro. In het derde kwart kwamen we nog sterk terug, maar het was helaas niet genoeg."

De Nederlandse mannen waren in 2000 voor het laatst actief op de Spelen. Daarna ging het team door een diep dal, waar het nu met een relatief jonge generatie spelers uit probeert te klimmen.

"Als je kijkt naar hoe wij spelen tegen toplanden, dan zitten we steeds dichter bij dat niveau. Dat maakt me trots", aldus Van der Meer. "Het heeft nu niet in plaatsing voor de Spelen geresulteerd. Maar ook de Montenegrijnse coach zei net tegen me dat we op goede weg zijn."

Oranje hoopt heel stiekem via vijfde plek nog op Tokio

Oranje speelt nog twee duels op het OKT, om de plaatsen vijf tot en met acht. Mocht Nederland vijfde worden, dan is er via een omweg nog een sprankje hoop om alsnog aan de Spelen mee te doen.

Als twee landen zich wegens de coronacrisis terug zouden trekken voor het evenement in Tokio, dan maakt de nummer vijf van het OKT namelijk nog aanspraak op een ticket.

"Daarom moeten we deze nederlaag snel proberen te vergeten", zei de bondscoach. "We gaan ons voorbereiden op de rest van het toernooi. Ik wil er nu eigenlijk nog niet over nadenken, maar we zullen morgen zien hoe het team de teleurstelling heeft verwerkt."