De Nederlandse waterpolosters zijn er niet in geslaagd om het olympisch kwalificatietoernooi in Triëst winnend af te sluiten. In de finale bleek Hongarije zondag met 13-11 te sterk.

De nederlaag deed Oranje weinig pijn, want zaterdag was het doel al bereikt door in de halve finale met 7-4 van Griekenland te winnen. Daarmee plaatste de ploeg van bondscoach Arno Havenga zich voor de Olympische Spelen van later dit jaar in Tokio.

Havenga zei zaterdag na de winst op de Grieken al dat de finale weinig betekenis meer had. De zege zomaar weggeven deed Oranje echter niet. De Nederlandse ploeg kwam vroeg op achterstand, maar kon de stand vaak weer gelijktrekken.

Vlak na de rust knokten de waterpolosters zich terug tot 6-6, maar daarna liepen de Hongaarse vrouwen uit naar 10-6. Ondanks een goed laatste kwart kon Nederland dat gat niet meer dichten.

Van der Kraats topscorer met vijf treffers

Simone van de Kraats was topscorer voor de Nederlandse ploeg. Ze was vijf keer trefzeker. Maartje Keuning maakte drie doelpunten en Sabrina van der Sloot, Brigitte Sleeking en Maud Megens maakten er ieder een.

Bij het OKT in het Italiaanse Triëst was een finaleplaats nodig voor een olympisch ticket. Nederland bereikte overtuigend de knock-outfase en rekende daarin eerst af met Kazachstan (kwartfinale) en vervolgens met Griekenland (halve finale).

Het is voor het eerst sinds 2008 dat de Nederlandse waterpolosters zich hebben geplaatst voor de Olympische Spelen. In Peking werd dertien jaar geleden verrassend goud gewonnen.