De Nederlandse handballers hebben woensdag in de EK-kwalificatie een pijnlijke thuisnederlaag geleden tegen Slovenië. De sterke Oost-Europese ploeg won in het lege Topsportcentrum van Almere met 23-34.

Door de nederlaag blijft de ploeg van bondscoach Erlingur Richardsson derde met twee punten, dankzij de zege op Turkije in november. Komende zondag is de uitwedstrijd tegen Slovenië in Celje.

De nummers één en twee en de beste vier nummers drie van de acht poules mogen naar het EK van begin volgend jaar.

Oranje begon nog goed tegen Slovenië, de nummer vier van het vorige EK en later deze maand ook deelnemer op het WK. De trefzekere broers Kay en Jorn Smits hielpen Nederland zelfs aan een voorsprong van 15-14 bij rust.

Na de pauze sloeg Slovenië met vijf treffers op rij meteen een gat van vier goals. De bezoekers, met veel spelers in dienst bij Europese topclubs, gaven Oranje vervolgens een les in effectief handbal en liepen uit naar een enorme voorsprong. De thuisploeg scoorde in de tweede helft slechts acht keer.

Slovenië zorgde na rust voor een afstraffing.

Slovenië zorgde na rust voor een afstraffing.
Slovenië zorgde na rust voor een afstraffing.
Foto: ANP

Coronavirus hindert Oranje

De Nederlandse ploeg werd in de aanloop naar het duel met Slovenië flink gehinderd door het coronavirus. Sterspeler Luc Steins werd vorige maand positief getest en miste daardoor al met zijn club Paris Saint-Germain de Final Four van de Champions League.

Steins voegde zich begin januari wel bij Oranje op Papendal, maar was gedwongen alleen op zijn hotelkamer te blijven omdat hij maar niet negatief werd getest. Ook op de wedstrijddag waren zijn waardes nog niet goed. Zonder de belangrijke spelmaker kon Nederland maar één helft mee met een Europese topploeg.