Kampong heeft dinsdagavond alsnog drie punten in mindering gekregen voor het opstellen van Jip Janssen in de wedstrijd tegen Tilburg op vrijdag 25 september. De verdediger speelde de eerste helft mee en hoorde in de rust dat hij positief was getest op het coronavirus.

De 22-jarige Janssen vroeg in de aanloop naar het duel in Tilburg een commerciële test aan. Een van de bewoners van zijn studentenhuis was positief getest en Janssen zelf had lichte hoofdpijn, meldde het AD vrijdag. De 34-voudig international was verder klachtenvrij, maar wilde er zeker van zijn dat hij COVID-19 niet onder de leden had.

De KNHB is van mening dat Janssen in afwachting van de uitslag uit voorzorg in quarantaine had moeten blijven en dat Kampong de regels overtrad door hem toch op te stellen. De Utrechtse club stelt echter dat er geen sprake was van een quarantaineplicht, omdat Janssen geen symptomen had en slechts uit voorzorg een commerciële test had aangevraagd.

De tuchtcommissie boog zich afgelopen zondag over de zaak die door de Nederlandse hockeybond was aangespannen, maar maakte dinsdag bekend geen oordeel te vellen. Volgens de tuchtcommissie vormen de regels van de KNHB geen basis voor een besluit over het al dan niet in strijd met de regels opstellen van spelers.

Daarmee leek de zaak ten einde, maar de competitieleiding van de KNHB grijpt nu alsnog in en brengt Kampong drie punten in mindering. De wedstrijd tegen Tilburg, die de Utrechters met 2-4 wonnen, moet bovendien worden overgespeeld.

Kampong ging overigens ook niet helemaal vrijuit bij de tuchtcommissie, die vindt dat de club hoe dan ook beter had kunnen communiceren over de positieve test van Janssen. Kampong kreeg daarom een boete van 500 euro opgelegd.