De Nederlandse handbalsters hebben vrijdag de finale van het WK in Japan bereikt. Oranje won in het Park Dome Kumamoto met 33-32 van Rusland.

Laura van der Heijden maakte in de laatste minuut van de wedstrijd de winnende goal en zorgde zo voor een enorme ontlading aan Nederlandse kant. Estavana Polman vertolkte met negen treffers ook een hoofdrol en Lois Abbingh maakte er acht tegen Rusland, dat als favoriet aan het duel begonnen was.

Het is de tweede keer ooit dat Oranje in de WK-finale staat, nadat in 2015 in de eindstrijd verloren werd van Noorwegen. Ditmaal waren de Noorse vrouwen ook dicht bij de finale, maar in de halve eindstrijd werd vrijdag met 28-22 verloren van Spanje. De Spaanse vrouwen zorgden zo voor voor een primeur. Hun beste prestatie op een WK was een halvefinaleplaats in 2011.

De finale van het WK is zondag om 12.30 uur (Nederlandse tijd) en wordt ook in Kumamoto gespeeld. Op het vorige WK, twee jaar geleden in Duitsland, moest Oranje genoegen nemen met brons.

Als Oranje dit keer wel wereldkampioen wordt, plaatst het zich direct voor de Olympische Spelen van volgend jaar in Tokio. Bij verlies wacht Nederland in maart een kwalificatietoernooi met Zweden, Senegal en Argentinië, waarbij twee olympische tickets te verdienen zijn.

Laura van Heijden maakte in de laatste minuut de winnende goal. (Foto: Pro Shots)

Rusland verloor nog geen wedstrijd op WK

De Russische vrouwen hadden nog geen wedstrijd verloren op dit WK en dus werd Oranje voorafgaand aan de halve finale in de matig gevulde Park Dome Kumamoto als de underdog gezien. Nederland ging dit WK al drie keer onderuit, maar met enig fortuin werd wel de laatste vier gehaald.

Het favoriete Rusland werd vanaf de beginfase goed bespeeld door Oranje, dat mede door drie treffers van Polman brutaal een 8-6-voorsprong nam.

Rusland kwam terug en nam de leiding, maar na twintig minuten ging Oranje weer aan de leiding (12-11) door goals van Kelly Dulfer en Debbie Bont. Bij rust was de stand in evenwicht (16-16) en daarmee mocht Nederland dromen van de tweede finaleplaats ooit op een WK.

Vreugde bij Tess Wester, die een sterke wedstrijd keepte. (Foto: Pro Shots)

Polman blijft scoren in tweede helft

In de tweede helft begon Oranje opnieuw sterk. Tess Wester bleef uitstekend keepen, terwijl doelpunten van Abbingh, Bont en Polman (twee keer) voor een gat van twee goals zorgden (20-18). Nederland, dat zijn zesde halve finale in vijf jaar tijd speelde (drie keer op een WK, twee keer op een EK en één keer op de Spelen), slaagde er echter niet in om verder uit te lopen.

Er volgde een sterke fase van de Russinnen, die het initiatief pakten en een voorsprong namen (21-22). Voor het eerst in de wedstrijd ging Rusland voor langere tijd aan de leiding.

Oranje bleef knokken en voorkwam dat de achterstand groter werd. Halverwege de tweede helft was het 25-24 in het voordeel van de ploeg van de Spaanse bondscoach Ambros Martín.

Lois Abbingh was acht keer trefzeker. (Foto: Pro Shots)

Oranje houdt stand in spannende slotfase

De spanning was om te snijden, zeker nadat Polman de stand met een fraai schoot weer in evenwicht bracht (26-26). Via Bont werd het tien minuten voor tijd zelfs 27-26. Oranje kwam in de zinderende slotfase steeds weer op voorsprong en na een treffer van Abbingh (32-31) drie minuten voor tijd was de eindstrijd dichtbij.

Rusland maakte weer gelijk, maar opnieuw had Oranje een antwoord. Het was Van der Heijden die twintig seconden voor het einde koel bleef voor het Russische doel en Nederland naar 33-32 schoot.

In de laatste seconden hield Oranje stand, waardoor de finaleplaats een feit was en de ploeg van bondscoach Emmanuel Mayonnade mag hopen op de eerste Nederlandse wereldtitel ooit.

Dolle vreugde bij Oranje na het bereiken van de finale. (Foto: Pro Shots)