Eliud Kipchoge, die twee maanden geleden als eerste atleet ooit de marathon onder de twee uur liep, wil volgend jaar zijn olympische titel op de klassieke afstand verdedigen.

"Als ik geselecteerd word, zal ik erbij zijn in Tokio", zegt de 35-jarige Kipchoge dinsdag tegen persbureau Reuters. "De Spelen zijn nu mijn belangrijkste doel en ik vertrouw erop dat ik volgend jaar aan de start zal staan van de olympische marathon."

De Keniaan, die elf van zijn twaalf officiële marathons won, geldt als de beste loper ooit over de klassieke afstand van 42,195 kilometer en dus moet het wel heel vreemd lopen wil de atletiekbond van zijn land hem niet selecteren voor de Spelen.

Bij de vorige Spelen, in 2016 in Rio de Janeiro, pakte Kipchoge op de marathon zijn eerste olympische titel. Hij was ruim een minuut sneller dan de Ethiopiër Feyisa Lilesa. Kipchoge heeft ook olympisch zilver (2008) en brons (2004) in zijn prijzenkast hangen, beide behaald op de 5.000 meter op de baan.

De Afrikaan zette vorig jaar bij de marathon van Berlijn het wereldrecord op 2 uur, 1 minuut en 39 seconden. In oktober schreef hij historie door in Wenen de magische grens van twee uur te doorbreken. Zijn tijd van 1:59.40 wordt niet officieel erkend door de internationale atletiekbond, omdat hij door 41 tempomakers uit de wind werd gehouden.

Kipchoge doorbreekt magische grens bij marathon in Wenen
Kipchoge doorbreekt magische grens bij marathon in Wenen

Marathon wordt gehouden in Sapporo

De olympische marathon wordt volgend jaar augustus niet gehouden in Tokio. Vanwege de verwachte hitte in de Japanse hoofdstad is het langste hardlooponderdeel verplaatst naar het ruim 800 kilometer noordelijker gelegen Sapporo. Het temperatuurverschil tussen Tokio en Sapporo is 5 tot 6 graden.

Kipchoge hield zich dinsdag op de vlakte over de verplaatsing. "Ik denk dat de medailles nog steeds hetzelfde zijn", zei hij. "Ik ga er als deelnemer niet over klagen. Het IOC gaat hierover en ik ga mee met alles wat zij besluiten."

De olympische marathon voor mannen wordt traditioneel gehouden op de laatste dag van de Spelen, in dit geval op 9 augustus 2020.