Hoewel Rinus van Kalmthout bij het grote publiek nog een onbekende naam is, debuteert de Nederlander in 2020 in één van de belangrijkste klassen van de autosport: IndyCar. Woensdag werd bekendgemaakt dat hij volgend jaar fulltime racet in de Verenigde Staten. Een razendsnel debuut in de klasse van de monumentale Indy 500.

Het is een naam waar ook de negentienjarige Van Kalmthout niet omheen kan. Max Verstappen komt vaak voorbij tijdens de perspresentatie in het hoofdkwartier van sponsor Jumbo. Niet in persoon, wel als vergelijkingsmateriaal.

"Hij is wel een voorbeeld voor me, want hij heeft van Nederland echt een raceland gemaakt", zegt Van Kalmthout over zijn twee jaar oudere landgenoot. "Het zou best speciaal zijn als ik hem achterna kan gaan met succes brengen naar Nederland."

Daarvoor moeten de tv-kijkers wel op andere momenten voor de buis kruipen. Dat kan zelfs lang na bedtijd zijn. "De avondraces in Amerika zijn hier echt in de nacht ja. Maar meestal zijn ze wel rond 20.00 of 21.00 uur Nederlandse tijd. Dus dat is niet vervelend om naar te kijken na het avondeten."

Rinus van Kalmthout werd afgelopen seizoen tweede in de Indy Lights-klasse. (Foto: Getty Images)

Toegankelijke naam gekozen voor Amerikanen

Van Kalmthout hoopt IndyCar in Nederland meer op de kaart te zetten, zoals dat Verstappen ook lukte met de Formule 1. Tegelijkertijd wil hij graag dat hijzelf toegankelijker is voor de Amerikanen. Dat kan al met een andere naam.

De naam Van Kalmthout kan de gemiddelde Engelstalige een stevige tongverstuiking opleveren. Daarom heet de coureur 'Rinus VeeKay' aan de andere kant van de Atlantische oceaan. "We hadden eerst voor 'VK' gekozen, maar toen schreef een journalist het helemaal uit. Dat vonden we nog beter. En nu kunnen we niet meer terug."

Een andere naam maakte het allemaal iets makkelijker voor Van Kalmthout, maar het waren zijn resultaten in de Amerikaanse opstapklassen die doorslaggevend waren voor zijn snelle koers naar de top. "Ik reed een kartkampioenschap in Amerika. Daar ben ik gescout voor een USF2000-test, die werd gehouden op het Circuit of The Americas in 2015. Toen had ik meteen de tweede tijd tussen allemaal ervaren gasten."

Wat volgde was een succesvol seizoen in de USF2000, waarin hij als tweede eindigde. Vervolgens werd Van Kalmthout kampioen in het Pro Mazda Championship, dat vergelijkbaar is met de Formule 3. De volgende stap was de Indy Lights, de laatste opstapklasse voor IndyCar, zoals de Formule 2 dat is voor de Formule 1.

In het afgelopen seizoen werd Van Kalmthout daarin tweede. Dat resultaat leverde weer zijn eerste test op met een IndyCar van Ed Carpenter Racing. "Die ging al goed", blikt 'VeeKay' terug. "Maar mijn tweede test was precies wat ze van me hadden verwacht. Daarna heb ik een fulltime stoeltje gekregen."

Rinus van Kalmthout is de eerste Nederlander in de IndyCar sinds Robert Doornbos in 2009. (Foto: Stephan Tellier)

'Zonder Arie Luyendijk hadden we hier niet gezeten'

Om de juiste deuren geopend te krijgen, maakte het talent ook gebruik van een gevestigde naam in de IndyCar: landgenoot Arie Luyendijk, die zelf tweemaal de Indianapolis 500 won. "Zonder Arie hadden we hier denk ik niet gezeten", geeft Van Kalmthout onomwonden toe. "Hij heeft mijn naam overal rond geroepen. Het is door hem wel nog makkelijker geworden om met de juiste mensen in contact te komen."

Dus ook met Ed Carpenter, die besloot met de Nederlander in zee te gaan. "Het team is een heel goede kweekvijver", omschrijft Van Kalmthout zijn nieuwe renstal. "Tweevoudig kampioen Josef Newgarden heeft hier ook gereden. Zijn loopbaan is wel een doel voor mij voor de komende jaren."

Daarvoor zal hij aan de bak moeten, beseft de coureur uit Hoofddorp. De sport wordt al jaren gedomineerd door teams als Penske en Chip Ganassi, waar coureurs rijden met meerdere titels op zak. "Je racet tegen zeer ervaren jongens, dus je moet je niet de kaas van het brood laten eten. Er is iets meer contact en er wordt ook meer toegestaan. Je kunt wel een beetje duwen en trekken met die auto's, kijken hoeveel er naast elkaar door een bocht passen. Daar hou ik wel van", blikt hij vooruit.

Rinus van Kalmthout werd eerder kampioen in het Pro Mazda Championship. (Foto: Getty Images)

Ruim 360 kilometer per uur over Indianapolis

Uiteraard gebeurt dat ook op Indianapolis, de race van 500 mijl op de kalender die misschien wel groter is dan de IndyCar zelf. Van Kalmthout reed dit jaar al met de Indy Lights op de 'Brickyard', zoals de bekendste oval ter wereld ook wordt genoemd. "Dat was misschien wel het mooiste moment van mijn leven."

De Indy Lights gingen dit jaar op Indianapolis ongeveer 300 kilometer per uur. IndyCar gaat wel een stukje harder. Van Kalmthouts nieuwe teambaas Carpenter klokte afgelopen mei een gemiddelde snelheid van 363 kilometer per uur. Vlak langs een betonnen muur.

De sport werd de laatste jaren dan ook opgeschrikt door zeer zware crashes. Dit decennium kwamen de Britten Justin Wilson en Dan Wheldon om het leven en recent crashten ook Sébastien Bourdais en James Hinchcliffe nog zwaar.

'Ik kijk gewoon voor me'

Van Kalmthout doet wat de meeste coureurs doen: niet te veel nadenken over het gevaar. "Ik heb de muur nog nooit gevoeld en dat wil ik wel zo laten", reageert hij laconiek. "Ik kijk gewoon voor me."

Maar hij beaamt dat een coureur op de Amerikaanse hogesnelheidsbanen 'knettergek' moet zijn. "Je moet heel veel vertrouwen hebben in de auto, dat die het houdt. En anders sta je in de muur. Dus het is zeker niet makkelijk", geeft hij toe.

Toch koos hij voor de 'Amerikaanse route' richting een succesvolle loopbaan in de autosport. En dat terwijl hij tot zijn stap naar de VS net als alle jonge racetalenten nog droomde van de Formule 1.

"Ik ben opgegroeid met V12- en V10-motoren", verklaart hij zijn liefde voor de koningsklasse. "De Formule 1 is supergaaf, maar als ik nu kijk naar hoe beide kampioenschappen in elkaar zitten, past de IndyCar meer bij mij. Het racen, alle auto's die hetzelfde zijn. Er zijn twee verschillende motoren die heel dicht bij elkaar zitten. Ik wil mee kunnen doen om te winnen. In de Formule 1 moet je wel bij de beste teams kunnen zitten, wil je dat bereiken."