Het doet Sanne Wevers veel dat ze er zaterdag bij de WK in Stuttgart met de Nederlandse turnsters in slaagde een olympisch ticket te veroveren in de landenwedstrijd. Oranje verzekerde zich van een plek bij de eerste twaalf.

"Het was heftig, heel intens en emotioneel. Supergaaf dat het uiteindelijk gelukt is. Het begin was heel pittig", aldus Wevers, die met Nederland een tegenvallende start op balk kende, bij de NOS.

"Dat moesten we in de wedstrijd omzetten en dat is heel goed gelukt. Op balk begonnen we een beetje shaky en werden we vrij hard afgestraft door de jury, waarna we het op vloer goed hebben opgepakt."

Met een puntentotaal van 162.633 eindigde Nederland achter de Verenigde Staten, China, Rusland, Frankrijk en Canada als zesde in de kwalificaties. De ploeg is daardoor ook zeker van een plek bij de top acht en daarmee de WK-finale.

"We zijn allemaal heel hard nodig geweest, iedereen heeft een heel belangrijke bijdrage gehad. Dat zie je terug in het eindresultaat", aldus Wevers.

'Route naar olympisch jaar is iets magisch'

De 28-jarige Wevers heeft een moeilijke tijd achter de rug. De winnares van olympisch goud op balk in 2016 kampte met een slepende heupblessure en is pas net terug.

"Ik moest even huilen, want vijf weken geleden stond ik er niet zo voor als nu. Dat we het nu zo goed doen, heeft onder anderen met het sterke team te maken. We steunen elkaar door dik en dun", zegt ze.

"Ik mag niet klagen over hoe ik er zo vlak na mijn comeback voor sta. Ik heb heel erg veel zin in het bouwen naar het olympische jaar. Dat is iets magisch en vandaag was heel belangrijk in die route."

De Nederlandse ploeg bestaat naast Wevers uit haar zus Lieke Wevers, Eythora Thorsdottir, Naomi Visser, Tisha Volleman en Vera van Pol. Maandagavond komen ook de mannen in actie, waarbij Epke Zonderland net als Wevers terug is van een blessure.

Visser plaatste zich zaterdag als 21e voor de meerkampfinale. Verder waren er geen individuele finaleplaatsen voor Nederland.