Voor de tweede keer in drie jaar hebben de honkballers in de Major League Baseball (MLB) voor een nieuw homerunrecord gezorgd. Jonathan Villar van de Baltimore Orioles sloeg in de nacht van woensdag op donderdag de 6.106e homerun van het seizoen in de Noord-Amerikaanse topcompetitie.

Het oude record van 6.105 homeruns werd neergezet in 2017. Daarvoor stond het record jarenlang op 5.693. Dit aantal homeruns werd behaald in 2000.

Na de veertien MLB-wedstrijden van woensdag staat de teller op 6.125 homeruns. Er zijn nog achttien dagen te gaan in het reguliere seizoen, dus dat aantal zal nog flink gaan oplopen.

De vele homeruns zijn al het hele seizoen een van de belangrijkste thema's in de MLB. De Minnesota Twins (277 homeruns na woensdag) hebben al het record voor de meeste homeruns in een seizoen voor één team gebroken. Op dit moment hebben achttien van de dertig clubs meer dan tweehonderd homeruns geslagen.

Het is enigszins ironisch dat juist Villar het record brak. De Orioles hebben in 2019 namelijk de meeste homeruns moeten incasseren (280). "Iemand vertelde me na mijn homerun dat ik een record heb neergezet", zei Villar. "Het is ongelooflijk, heel gaaf."

Pete Alonso van de New York Mets heeft dit seizoen voorlopig de meeste homeruns geslagen (47). Van de Nederlandse internationals in de MLB heeft Xander Bogaerts (Boston Red Sox) de bal het vaakst over de hekken geslagen: 31 keer.