Turnster Céline van Gerner heeft woensdag een punt achter haar loopbaan gezet. De 24-jarige Nederlandse merkt dat ze niet meer alles kan geven voor de sport waar ze zeventien jaar geleden mee begon.

"Ook al zijn de Olympische Spelen van Tokio dichtbij voor velen; plezier, commitment en drive staan voorop om te kunnen presteren", verklaart Van Gerner. "Ik moet eerlijk naar mezelf en mijn teamgenoten zijn en het durven om een nieuwe weg in te slaan."

De Emmeloordse deed in haar loopbaan twee keer mee aan de Olympische Spelen. Bij de Spelen van 2012 in Londen bereikte ze als eerste Nederlandse ooit de meerkampfinale, waarin ze als twaalfde eindigde. Vier jaar later op de Spelen in Rio de Janeiro kon ze dat kunstje niet herhalen.

Van Gerner heeft geen enkele individuele medaille op haar erelijst staan, al pakte ze op de Europese Spelen van 2015 in Bakoe en op de EK van 2018 in Glasgow met het Nederlandse team wel brons in de landenwedstrijd.

Van Gerner revalideert van achillespeesblessure

Van Gerner liet zich vorig jaar opereren aan haar achillespees en kwam daardoor na de EK in Schotland niet meer in actie. De geboren Zwolse moest onder meer de WK van september 2018 in het Qatarese Doha aan zich voorbij laten gaan.

"In die periode ben ik ook goed gaan kijken naar mezelf", vertelt Van Gerner. "Wat wil ik? Waar krijg ik energie van? Uitdaging, ontwikkeling en nieuwsgierigheid zijn mijn drijfveren. Daar word ik gelukkig van."

"Ik houd van de sport, maar ik kon het niet meer elke dag. De laatste tijd stond ik nog met één been in de turnhal, maar was ik deels ook al bezig aan mijn leven na mijn turncarrière. Het is moeilijk geweest om een definitief besluit te nemen en de knoop door te hakken. Maar het is goed zo."