Bondscoach Marcel Wouda is een jaar voor de Olympische Spelen in Tokio bezorgd over de prestaties van de Nederlandse zwemmers. Nederland kon de afgelopen twee weken niet imponeren bij de WK in het Zuid-Koreaanse Gwangju.

"We gaan met een onbevredigend gevoel terug naar Nederland. We hebben allemaal het idee dat er meer in zit, als we kijken naar de goede voorbereiding en de vorm in Japan. We wilden met meer naar huis", aldus Wouda bij de NOS.

"We hebben kort de tijd tot de Spelen, maar als we één ding niet gaan doen, is het achterover zitten. Vooral de sporters hebben huiswerk en het is onze taak om ze daarbij te helpen."

Ranomi Kromowidjojo zorgde met zilver op de 50 meter vlinderslag voor de enige Nederlandse medaille in Gwangju. Er was wel een aantal zwemmers uit de ploeg van Wouda dat aan de olympische limiet voldeed.

"We hebben toch vijf olympische kwalificaties en Kromowidjojo, Femke Heemskerk en Arjan Knipping doen het bijvoorbeeld goed. Maar er is ook een groep waarvan ik zeg: er zit meer in. We gaan ermee aan de slag", aldus Wouda.

'Er ligt een plan voor Kromowidjojo'

Hoewel Wouda tevreden is over Kromowidjojo, beaamt de coach dat de Groningse een hoger niveau zal moeten halen op de Spelen. Ze stelde bij de WK in Zuid-Korea teleur op zowel de 50 als 100 meter vrije slag.

"We moeten meer werk gaan doen, waarbij het onder meer over getraindheid gaat. Er ligt een plan voor haar en we zijn er al mee aan de gang gegaan. Ze wil volgend jaar vlammen op de Spelen en wij willen haar daar graag bij helpen", aldus Wouda.

"Ik deel de zorg over het Nederlandse zwemmen, al zie ik ook wat eraan komt. We weten dat we niet zomaar een nieuwe Ranomi of Femke hebben. Het kost tijd om dat te ontwikkelen. Onze missie is het maximale uit de sporters halen die we nu hebben."