Sharon van Rouwendaal is bij de WK zwemmen in Zuid-Korea niet verder gekomen dan de tiende plaats op de 10 kilometer open water. Daarmee plaatste ze zich wel met de hakken over de sloot voor de Olympische Spelen.

Een plek in de top tien was nodig voor olympische kwalificatie. Van Rouwendaal won in 2016 goud in Rio de Janeiro en kan dus volgend jaar in Tokio haar olympische titel verdedigen.

In het Zuid-Koreaanse Yeosu ging het goud naar de Chinese Xin Xin. Achter haar eindigden de Amerikaanse Haley Anderson en Rachele Bruni uit Italië op de plekken twee en drie.

De tweede Nederlandse deelneemster, Esmee Vermeulen, eindigde buiten de top tien. Ze moest genoegen nemen met de vijftiende plek.

'Ik moest huilen van geluk'

Van Rouwendaal kwam tijdens de wedstrijd geen moment lekker in haar ritme. "Het ging heel stroef", erkende de 25-jarige zwemster. "In het begin dacht ik alleen maar: rustig blijven, rustig blijven. Bij de derde ronde lag ik zo ver achter dat ik alleen maar in de slipstream kon volgen."

"In de laatste ronde kreeg ik hoop. Ik zag Xin weg gaan. Daar ben ik achteraan gegaan. In de laatste 20 meter heb ik alles gegeven. Ik lag in het midden en werd meegezogen. Na het aantikken had ik geen idee hoeveelste ik was geworden."

Het duurde na afloop lang tot de officiële uitslag er was. "Ik zat daar en toen dacht ik: ik heb zoveel pech gehad dit jaar qua blessures. Toen eenmaal bekend was dat ik bij de eerste tien zat, moest ik huilen van blijdschap."

Van Rouwendaal kampte eerder dit jaar onder meer met een schouderblessure. Daardoor kende ze een moeizame voorbereiding richting de WK.