De Nederlandse waterpolosters zijn er niet in geslaagd om ook hun tweede wedstrijd tijdens de Super Final van de World League te winnen. De ploeg van bondscoach Arno Havenga ging woensdag in Boedapest met 7-8 onderuit tegen Italië.

Oranje kwam in het eerste periode met 2-1 voor en bouwde de voorsprong vervolgens uit naar 5-3. Italië boog de achterstand echter om in een 8-6-voorsprong, waarna de Europees kampioen uiteindelijk één treffer tekortkwam voor een gelijkspel.

Maud Megens en Vivian Sevenich waren ieder goed voor twee treffers bij Nederland. De overige doelpunten kwamen op naam van Maartje Keuning, Brigitte Sleeking en Nomi Stomphorst.

In de eerste wedstrijd van de Super Final, waar een ticket voor de Olympische Spelen op het spel staat, rekende Nederland overtuigend af met China (15-7). De formatie van Havenga staat met drie punten tweede achter Italië, dat zes punten heeft.

Donderdag is Australië de derde en laatste tegenstander van Oranje in de groepsfase. Alle acht ploegen die meedoen in Boedapest zijn zeker van de kwartfinales.

Winnaar van Super Final plaatst zich voor Olympische Spelen

De winnaar van de groep treft de nummer vier van de andere poule. In de andere kwartfinales spelen de nummers twee van de groep tegen de nummers drie van de andere.

Nederland plaatste zich in april voor de Super Final door de Europese finaleronde van de World League te winnen.

Voor de winnaar van het toernooi ligt een ticket voor de Olympische Spelen van 2020 in Tokio klaar. Op het WK dat volgende maand in China wordt gespeeld, is eveneens een ticket te verdienen.