Scheidend NOC*NSF-voorzitter André Bolhuis vindt de wereldtitel met de hockeyers in 1973 het hoogtepunt van zijn vijftig jaar in de sport. Dat zei hij maandag op het Arnhemse Papendal bij een terugblik op zijn carrière.

"Dat was toch het mooiste. Samen met een geweldig team zo'n resultaat behalen", aldus Bolhuis, die bij NOC*NSF wordt opgevolgd door Anneke van Zanen-Nieberg.

Voorafgaand aan zijn laatste vergadering na negen jaar als eerste man van NOC*NSF stonden tal van prominenten uit de sport en de politiek even stil bij het tijdperk-Bolhuis.

"Kijk met trots terug", adviseerde Thomas Bach per videoboodschap. Volgens de Duitse voorzitter van het IOC heeft Bolhuis grote betekenis gehad. "Dat Nederland de laatste tien jaar op de Olympische Spelen zo veel medailles heeft gewonnen, is mede zijn verdienste", zei hij.

De 72-jarige Bolhuis werd vanwege zijn periode van negen jaar als voorzitter onderscheiden met het ereteken van NOC*NSF. Hij was al erelid.

André Bolhuis werd bij zijn afscheid uitgedaagd door boksster Nouschka Fontijn. (Foto: ANP)

Bolhuis ontkent ambities bij IOC

Opvallend was dat Bolhuis met klem ontkende ambities voor een zetel in het IOC te hebben gehad.

"Dat wordt ten onrechte vaak beweerd. In 2010 heb ik samen met Anton Geesink daarover enkele gesprekken gevoerd met Jacques Rogge, destijds de voorzitter. Eigenlijk vond ik me al te oud. Toen Anton kort later overleed, hebben we het laten rusten", zei hij.

"Het duurt vijf jaar voor je je in zo'n organisatie hebt ingewerkt. Ik wilde veel liever een jonger iemand op die post. Het leek me veel beter om al mijn energie in NOC*NSF te stoppen. Dat heb ik gedaan. Ik heb daar geen enkele frustratie aan overgehouden."

Bolhuis debuteerde in 1969 als hockeyinternational. Na zijn actieve loopbaan werd hij onder meer chef de mission van de nationale olympische ploeg, bestuurslid van de hockeybond en voorzitter van NOC*NSF.