Gewichtheffen blijft een olympische sport. Het internationaal olympisch comité (IOC) neemt de sport onvoorwaardelijk op in het programma van de Zomerspelen van 2024 in Parijs.

Het besluit is een beloning voor de vergaande maatregelen die de mondiale gewichthefbond (IWF) in de afgelopen anderhalf jaar heeft genomen om doping uit de sport te bannen.

De sport die al vanaf de eerste edities deel uitmaakt van de Olympische Spelen, leed de laatste jaren zo onder de vele dopinggevallen, dat afvoeren van het programma dreigde. Het IOC had de IWF in 2017 gewaarschuwd dat de olympische status in gevaar was.

Om de krachtsport te redden, voerde de IWF onder meer een ander kwalificatiesysteem voor de komende Spelen in Tokio, waarbij landen met relatief veel dopingzondaars slechts twee gewichtheffers mogen uitzenden.

Vijf landen weten nu al dat ze in 2020 met maximaal één man en één vrouw mogen deelnemen aan de Olympische Spelen in Tokio. Dat zijn Rusland, Kazachstan, Azerbeidzjan, Armenië en Wit-Rusland. Die landen hebben sinds 2008 al meer dan twintig dopingovertredingen, samen zelfs meer dan 130.

Tientallen gewichtheffers die de afgelopen jaren medailles wonnen op de Spelen werden bij het opnieuw testen van hun urinestalen alsnog op het gebruik van doping betrapt. Zij zijn in principe nooit meer welkom op de Spelen.