De Dopingautoriteit heeft in 2018 vijftien dopingovertredingen vastgesteld in de Nederlandse sport. Dat zijn er acht minder dan in 2017.

De Dopingautoriteit meldt vrijdag in een persbericht dat er vorig jaar in totaal 3.145 controles zijn uitgevoerd. In dertien gevallen kwam daar een positieve dopingtest uit.

Bovendien werd in één geval een poging tot manipulatie van een urinemonster gedaan en werden in één geval afwijkende waarden gevonden in het biologisch paspoort van een sporter.

"Het lijkt erop dat het aantal opzettelijke overtredingen vermindert", aldus voorzitter Herman Ram van de Dopingautoriteit. "Dat hebben we goed in de hand. Laat ik daar onze aanpak maar de 'schuld' van geven. Het aantal onbedoelde overtredingen is wel nog altijd zorgelijk."

Bijna alle overtredingen door man

Van de vijftien dopingovertredingen werden er veertien begaan door een man en één door een vrouw. De meeste overtredingen waren in de vechtsport (drie). In het biljarten waren er twee overtredingen.

De andere overtredingen waren in het basketbal, honkbal, rugby, voetbal, volleybal, waterskiën, wielrennen, de krachtsport en motorsport.

De Dopingautoriteit heeft in elf zaken aangifte gedaan bij de betreffende Nederlandse sportbond, die zich over de straf buigt. Eén dossier, uit de atletiek, is nog in behandeling.

Het aantal controles is de afgelopen jaren flink gestegen. In 2015 werden 2.416 controles uitgevoerd, vorig jaar iets meer dan drieduizend.

Het aantal incorrecte 'whereabouts', gemiste controles, daalde van 46 naar 31. De dopingcontroleur trof de sporter dan niet op de vooraf opgegeven plaats aan.