De Nederlandse handbalsters zijn zaterdag voortvarend begonnen aan het EK in Frankrijk. De ploeg van bondscoach Helle Thomsen verdiende twee belangrijke punten door in Montbéliard met 28-25 te winnen van Hongarije.

Oranje had in de eerste helft de nodige moeite met de op papier gelijkwaardige tegenstander, die het dit jaar ook al twee keer in de kwalificatiereeks was tegengekomen, en bij rust was de stand dan ook 11-11.

Nederland kwam in de tweede helft een stuk beter voor de dag en dat zorgde ervoor dat Hongarije geleidelijk aan in de tang werd genomen en in de laatste vijf minuten echt de genadeklap werd uitgedeeld.

Laura van der Heijden was de uitblinker aan de kant van Oranje. De rechteropbouwspeelster van een van de favorieten voor het goud was topschutter met zes doelpunten.

Nederland in groepsfase verder nog tegen Spanje en Kroatië

Nederland neemt het verder in de groepsfase nog op tegen Spanje (maandag om 21.00 uur) en Kroatië (woensdag om 18.00 uur) in eveneens Montbéliard.

De eerste drie van elke poule plaatsen zich voor de tweede ronde. De twaalf overgebleven landen worden daarin verdeeld over twee poules. De punten van de eerste ronde gaan mee.

Nederland kreeg in aanloop naar het EK twee tegenvallers te verwerken, want cirkelspeelsters Danick Snelder (rugblessure) en Yvette Broch (gestopt) zijn niet beschikbaar.

Oranje pakte op het laatste EK twee jaar geleden in Zweden zilver. De equipe van Thomsen ging in de finale met slechts één punt verschil onderuit tegen Noorwegen (29-30).

Noorwegen verliest verrassend openingswedstrijd

Noorwegen verloor later op zaterdag verrassend de openingswedstrijd op het EK. De titelverdediger was in Brest niet opgewassen tegen het Duitsland van de Nederlandse bondscoach Henk Groener: 33-32.

Duitsland toonde geen ontzag voor Noorwegen en zocht brutaal de aanval, waarin Ina Grossmann en Emily Bölk zich met beiden vijf doelpunten het effectiefst toonden.

Groener is de voorganger van Thomsen. Hij nam afscheid van Oranje na de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro, waar hij op de ondankbare vierde plek eindigde.

De Utrechter veroverde het jaar daarvoor zilver met Oranje op het WK in Denemarken en ook toen kon Noorwegen niet van het goud worden afgehouden.