Michael van Gerwen was niet door het dolle heen na zijn 16-12-zege op Jonny Clayton in de kwartfinales van de Grand Slam of Darts. De Brabantse nummer één van de wereld vond dat hij het zichzelf veel te moeilijk had gemaakt tegen de Welshman.

"Andere spelers springen misschien een gat in de lucht als ze een gemiddelde van 101 gooien, maar ik niet. Ik kan beter dan dat", zei Van Gerwen in Wolverhampton in gesprek met NUsport.

"Ik had hem eerder onder druk moeten zetten, waardoor ik hem eerder pijn had kunnen doen. Dat deed ik niet. Dat liet ik elke keer maar weer na. Dat moet ik alleen mezelf verwijten."

Van Gerwen slaagde er pas bij 12-11 in om Clayton van zich af te schudden door hem voor de vijfde keer in de wedstrijd te breken en vervolgens uit te lopen naar 15-11. Bij de stand liet hij liefst acht matchdarts liggen.

"Ach, ik heb gewonnen en daar draait het immers uiteindelijk allemaal om. Ik moet ook het positieve meenemen naar de halve finale tegen Gary (Anderson, red.), maar als ik straks in bed lig, dan zal ik over alles nog wel even nadenken."

'Op het podium is iedereen mijn vijand'

Van Gerwen nam met de zege bovendien revanche voor de verrassende nederlaag die hij vorige week zondag in de groepsfase leed tegen Clayton. Hij ging toen ondanks een gemiddelde van 107,92 nipt met 5-4 onderuit.

"Ik heb hem vanmiddag niet lopen te intimideren, hoor. Ik had gisteravond al tegen hem gezegd dat hij de next one was", vertelde de tweevoudig wereldkampioen met een brede glimlach op zijn gezicht.

"We zijn vanmiddag nog samen gaan luchen. We kennen elkaar goed omdat we hetzelfde management hebben. We gaan goed met elkaar om. Maar op het podium is iedereen mijn vijand. Ook Jonny. Die moet ik dan ook gewoon pakken."

Van Gerwen kan vooralsnog zeer fraaie statistieken overleggen op de Grand Slam of Darts. Hij heeft zowel het hoogste toernooigemiddelde (104,23) als de meeste 180'ers (dertig) in bezit.

"Ik speel tot dusver een prima toernooi. Ook als ik een periode in een wedstrijd wat minder gooi en mensen zoiets denken van 'oef die zou het weleens lastig kunnen gaan krijgen', weet ik het toch op het juiste moment om te draaien. Daar ben ik blij mee."