De Nederlandse waterpolosters hebben hun eerste wedstrijd in de World League verloren. De ploeg van bondscoach Arno Havenga ging dinsdag voor eigen publiek met 7-9 (3-4, 3-0, 0-3 en 1-2) onderuit tegen Italië.

Oranje kwam al snel op voorsprong in het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion door een treffer van Vivian Sevenich. Maar ondanks twee doelpunten van Marloes Nijhuis stond Italië na de eerste periode op een 3-4-voorsprong.

Nederland kwam sterk terug in de tweede periode en leidde door treffers van Sabrina van der Sloot (2) en Iris Wolves bij rust met 6-4.

De ploeg van Havenga slaagde er in de tweede helft niet in de voordelige marge vast te houden. Italië kwam in de derde periode op gelijke hoogte en liep daarna uit naar 6-9. Van der Sloot maakte er in de slotfase nog wel 7-9 van.

De waterpolosters speelden dinsdag in Eindhoven hun eerste officiële wedstrijd sinds het winnen van de Europese titel eind juli.

Oranje speelt ook nog tegen Frankrijk en Hongarije

Nederland miste in het duel met Italië de geblesseerde aanvoerder Dagmar Genee. Havenga deed ook geen beroep op speelsters die uitkomen voor een clubteam uit de Verenigde Staten.

De vrouwen spelen in de Europese voorronde van de World League verder tegen Frankrijk en Hongarije. De top drie van de poule plaatst zich voor de Europese finale in maart.

De drie beste landen kwalificeren zich bij dit toernooi voor de Super Final. Voor de winnaar van de finaleronde in 2019 ligt er een ticket voor de Olympische Spelen van Tokio in 2020 klaar.

Nederland bereikte dit jaar de finale van de World League, maar verloor daarin van de Verenigde Staten.