André Bolhuis vertrekt volgend jaar mei na negen jaar als voorzitter van NOC*NSF. De oud-hockeyer nadert de maximale termijn als bestuurder en maakt dus plaats voor iemand anders.

De 72-jarige Bolhuis is sinds eind 2007 lid van het bestuur van NOC*NSF en werd op 18 mei 2010 voorzitter. Bij de algemene vergadering op 20 mei 2019 zal hij zijn functie neerleggen.

Met zijn vertrek na ruim elf jaar bij NOC*NSF blijft de geboren Zeistenaar binnen de maximale duur van twaalf jaar als bestuurder. Hij zou volgens de statuten nog tot november 2019 kunnen aanblijven, maar kiest ervoor een half jaar eerder op te stappen.

"Ik gun mijn opvolger alle ruimte en tijd om zich goed voor te bereiden op de Nederlandse deelname aan de Olympische en Paralympische Spelen van Tokio in 2020", zegt Bolhuis vrijdag over zijn vertrek.

"Daarnaast vind ik bestuurlijke continuïteit voor NOC*NSF van groot belang, zeker aan het begin van de uitvoering van het recent afgesloten nationale Sportakkoord. Vandaar dat ik besloten heb een half jaar eerder mijn plek ter beschikking te stellen."

Bolhuis vervulde diverse functies in sportwereld

Bolhuis kwam met de Nederlandse hockeyploeg uit op de Olympische Spelen van 1972 en 1976. Op de Spelen van 1992 en 1996 was hij chef de mission en later was hij jaren voorzitter van de hockeybond, voordat hij in 2007 toetrad tot het bestuur van NOC*NSF.

"Iedereen weet dat ik het voorzitterschap van NOC*NSF met veel plezier vervul", aldus Bolhuis. "Vanzelfsprekend zal ik tot mei 2019 mijn functie met volledige inzet, evenveel plezier en hopelijk naar ieders tevredenheid blijven vervullen."

Als voorzitter van de Nederlandse sportkoepel maakte Bolhuis de Winterspelen van 2014 en dit jaar mee, net als de Zomerspelen van 2012 en 2016.