Technisch directeur Ad Roskam van de Atletiekunie is tevreden over de prestaties van Dafne Schippers bij de EK. Na een moeizaam voorseizoen pakte de kopvrouw van de Nederlandse atletiek twee keer zilver en één keer brons in Berlijn.

"Het niveau dat Dafne op deze EK heeft laten zien, wijst erop dat ze weer in de goede richting gaat", aldus Roskam.

De 26-jarige Schippers bleef in de maanden voor de Europese kampioenschappen ver verwijderd van haar toptijden op de 100 en 200 meter, waardoor er in aanloop naar het toernooi in Duitsland veel discussie was over de vorm van de Utrechtse en haar samenwerking met de Amerikaanse coach Rana Reider.

"Ik heb kritische verhalen gelezen waar de kennis en het inzicht niet vanaf dropen", stelt Roskam. "De discussie over Dafne schoot voor mijn gevoel een beetje door, maar dat hoort bij haar status, dus daar moet ze mee om kunnen gaan."

Schippers toont op EK beste vorm van seizoen

Schippers - goed voor persoonlijke records van 10,81 (100 meter) en 21,63 (200 meter) - snoerde haar criticasters deels de mond door bij de EK haar beste vorm van het seizoen te tonen.

Op de 100 meter pakte ze brons in 10,99, terwijl haar beste seizoenstijd op 11,01 stond. Op de 200 meter was er zilver voor de Utrechtse in 22,14, ruim onder haar snelste tijd van 2018 (22,34).

Zondag, op de slotdag van de EK, kwam er nog een derde medaille bij voor Schippers, want ze hielp de Nederlandse estafetteploeg als startloper aan zilver op de 4x100 meter.

Op alle drie de sprintafstanden was er goud voor de pas 22-jarige Britse Dina Asher-Smith, die met 10,85 (100 meter) en 21,89 (200 meter) de beste tijden van het seizoen wereldwijd liep.

"De aanloop van dit seizoen was moeizamer dan we gewend zijn bij Dafne", aldus Roskam. "Maar het is een gegeven dat je niet eindeloos persoonlijke records blijft lopen in een atletiekcarrière. We gaan zoals altijd aan het einde van het seizoen evalueren en goed kijken wat er anders kan en moet, maar ik zou niet willen zeggen dat we ons zorgen maken."

Medaillespiegel EK atletiek

  • 1. Groot-Brittannië (7x goud, 5x zilver, 6x brons)
  • 2. Polen (7x goud, 4x zilver, 1x brons)
  • 3. Duitsland (6x goud, 7x zilver, 6x brons)
  • 4. Frankrijk (3x goud, 4x zilver, 3x brons)
  • 5. België en Griekenland (3x goud, 2x zilver, 1x brons)
  • 12. Nederland (1x goud, 3x zilver, 4x brons)

Atletiekunie gaat nadenken over omvang EK-ploeg

In totaal veroverde de Nederlandse EK-ploeg acht medailles in Berlijn: één keer goud, drie keer zilver en vier keer brons. Met de acht podiumplekken evenaarden de Oranje-atleten het EK-record van 1950 en bleven ze één medaille boven de doelstelling van de Atletiekunie.

Desondanks was er ook een flink aantal Nederlanders dat teleurstelde in het Olympiastadion. De Atletiekunie gaat goed nadenken of het over twee jaar weer een grote ploeg naar de EK stuurt. De bond vaardigde een omvangrijk team af naar Berlijn, waarin ook mindere goden een kans kregen.

"Op de EK in Amsterdam in 2016 deden we het ook en pakte het goed uit, maar deze keer heb ik er gemengde gevoelens over", stelt Roskam. "Een aardig aantal atleten heeft niet gebracht wat wij ervan verwachtten. Er zaten zeperds bij."

Er gingen 45 atleten mee naar Berlijn, in Amsterdam waren dat er zelfs meer dan vijftig. "Tegenvallers calculeer je in, maar sommige resultaten waren ronduit teleurstellend. Met die atleten zullen we een goed gesprek gaan voeren", aldus Roskam, die niet op individuele gevallen inging.

Feit is dat veel van de Nederlandse atleten die op basis van de B-limiet mochten starten, figureerden. Een aantal bleek bovendien niet topfit te zijn in Berlijn. Zo bleek polsstokhoogspringer Rutger Koppelaar al maanden een scheurtje in zijn scheenbeen te hebben. "Van sommigen dachten we dat ze hun pijntjes onder controle hadden. Je neemt soms een risico, maar dat hoort ook bij topsport", aldus Roskam.