Nederland is de Europese kampioenschappen atletiek, zwemmen, wielrennen, turnen, golf, roeien en triatlon in Berlijn en Glasgow zondag geëindigd met 43 medailles, waarvan vijftien gouden, vijftien zilveren en dertien bronzen plakken.

Vooral bij het zwemmen en wielrennen was Nederland deze maand zeer succesvol. Sharon van Rouwendaal leverde daarbij met drie Europese titels én een zilveren medaille in het open water een belangrijke bijdrage.

Hetzelfde geldt voor Femke Heemskerk, die vier keer zilver pakte bij het langebaanzwemmen en in Glasgow aantoonde weer helemaal terug te zijn na de teleurstellende Olympische Spelen van 2016.

Op de EK wielrennen verzamelde Nederland liefst veertien medailles. Dat komt vooral dankzij de belangrijke oogst op de baan, waar liefst acht medailles (vijf keer goud en drie keer brons) werden gepakt. Ook bij het wielrennen op de weg (Ellen van Dijk) en het BMX (Laura Smulders) eindigden Nederlanders op de hoogste trede van het podium.

Traditiegetrouw werden ook bij het roeien de nodige medailles veroverd. De lichte vrouwen dubbeltwee (Marieke Keijser en Ilse Paulis) zorgde voor de enige Europese titel en daarnaast viel drie keer zilver en drie keer brons te vieren.

Medaillespiegel gezamenlijk EK

  • 1. Rusland - 31 goud, 19 zilver en 16 brons
  • 2. Groot-Brittannië - 26 goud, 26 zilver en 22 brons
  • 3. Italië - 15 goud, 17 zilver en 28 brons
  • 4. Nederland - 15 goud, 15 zilver en 13 brons
  • 5. Duitsland  - 13 goud, 17 zilver en 23 brons
  • 6. Frankrijk - 13 goud, 14 zilver, 15 brons
  • 7. Polen - 9 goud, 6 zilver en 6 brons
  • 8. Oekraïne - 8 goud, 13 zilver en 5 brons
  • 9. Zwitserland - 8 goud, 4 zilver en 7 brons
  • 10. Hongarije - 7 goud, 4 zilver en 4 brons

Zilver en brons voor Schippers

Bij de EK atletiek veroverde de Nederlandse ploeg acht medailles. Dafne Schippers eiste het zilver op de 200 meter en het brons op de 100 meter voor zich op en pakte met de estafetteploeg zilver op de 4x100 meter.

Sifan Hassan zorgde op de 5 kilometer voor het enige Nederlandse goud in Berlijn. Mede door haar Europese titel evenaarde de Nederlandse atletiekploeg het EK-record van 1950, toen eveneens acht medailles werden gehaald.

Bij de EK turnen waren het vooral de vrouwen die indruk maakten. Sanne Wevers veroverde goud op het onderdeel balk en had met haar team in de landenfinale ook al op knappe wijze brons veroverd.

De mannen plaatsten zich verrassend niet voor de teamfinale bij het turnen en alleen Epke Zonderland mocht voor de medailles strijden op een individueel nummer. De Fries pakte zilver in de rekstokfinale.

Alleen op het EK golf ontbraken de Nederlanders en bij het EK triatlon werden geen medailles gepakt. Desondanks eindigde Nederland op de vierde plek van de medaillespiegel en bleef daarmee onder meer voor Frankrijk en Duitsland.

Overzicht Nederlandse medailles:

Atletiek (8 medailles): Sifan Hassan (goud op 5 kilometer), Susan Krumins (zilver op 10 kilometer), estafettevrouwen (zilver op 4x100 meter), Dafne Schippers (zilver op 200 meter en brons op 100 meter), Jamile Samuel (brons op 200 meter), Lisanne de Witte (brons op 400 meter, estafettemannen (brons op 4x100 meter).

Baanwielrennen (8 medailles): Kirsten Wild (goud op scratch en omnium), Matthijs Büchli (goud op tijdrit), Jeffrey Hoogland (goud op sprint), teamsprinters (goud), Sam Ligtlee (brons op tijdrit), Harrie Lavreysen (brons op sprint), Kirsten Wild/Amy Pieters (brons op madison).

BMX (1 medaille): Laura Smulders (goud).

Openwaterzwemmen (6 medailles): Ferry Weertman (goud op 10 kilometer), Sharon van Rouwendaal (goud op 5 en 10 kilometer en zilver op 25 kilometer), gemengde estafetteploeg (goud in landenwedstrijd), Esmee Vermeulen (brons op 10 kilometer).

Roeien (7 medailles): Lichte vrouwendubbeltwee (goud), Holland Acht (zilver), vrouwendubbeltwee (zilver), vrouwentwee-zonder (zilver), lichte mannendubbelvier (brons), vrouwendubbelvier (brons) en de vrouwen acht (brons).

Schoonspringen (1 medaille): Celine van Duijn (goud op 10-metertoren).

Turnen (3 medailles): Sanne Wevers (goud op balk), Epke Zonderland (zilver op rekstok), vrouwen (brons in landenwedstrijd).

Wielrennen (4 medailles): Ellen van Dijk (goud op tijdrit), Mathieu van der Poel (zilver in wegwedstrijd), Marianne Vos (zilver in wegwedstrijd), Anna van der Breggen (zilver op tijdrit).

Zwemmen (5 medailles): Femke Heemskerk (zilver op 100 en 200 vrij), estafettevrouwen (zilver op 4x100 vrij), gemengde estafetteploeg (zilver op 4x100 vrij), Ranomi Kromowidjojo (brons op 50 vrij).