Anouk Vetter heeft na zes onderdelen van de zevenkamp bij de EK atletiek in Berlijn het zicht op een medaille verloren. De Nederlandse titelverdediger steeg vrijdag na het speerwerpen naar de vierde plaats, maar het gat met de nummer drie is met alleen nog de 800 meter normaal gesproken te groot om te overbruggen.

Vetter kwam bij het speerwerpen - haar beste onderdeel - tot een afstand van 51,25 meter, een enigszins teleurstellend resultaat voor de geboren Amsterdamse die vorig jaar op de WK in Londen 58,41 meter gooide en daarmee een enorme stap naar brons zette.

Eerder op de dag kwam Vetter bij het verspringen tot 6,30 meter. Dat was voor haar doen niet onaardig. Haar persoonlijk record is 6,34 en haar beste prestatie in 2018 was 6,25.

Het laatste onderdeel van de dag, de 800 meter, wordt vrijdagavond afgewerkt. Vetter moet dan ongeveer vijf seconden sneller dan de Duitse nummer drie Carolin Schäfer lopen en die is normaal gesproken de betere op dit onderdeel.

"Ik moet zelfs uitkijken dat ik niet de vierde plaats kwijtraak", beseft Vetter. "Het meisje dat achter me staat (de Oostenrijkse Ivona Dadic, red.), is sneller op de 800. En Schäfer dus ook."

Vetter twijfelde of ze door moest gaan

Twee jaar geleden verraste Vetter met EK-goud in Amsterdam. Vooraf was al duidelijk dat titelprolongatie vrijwel onmogelijk was, omdat het deelnemersveld in het Olympiastadion van de Duitse hoofdstad veel sterker is dan bij de EK van 2016.

De Belgische olympisch en wereldkampioen Nafissatou Thiam, die twee jaar geleden niet meedeed, gaat aan de leiding met 5.984 punten, gevolgd door de Britse Katarina Johnson-Thompson (5.792 punten). Het verschil tussen Schäfer (5.704) en Vetter (5.629) is 75 punten.

Als verzachtende omstandigheden kan Vetter aanvoeren dat ze fysiek niet top is. Ze twijfelde vrijdagochtend zelfs even of ze haar meerkamp moest vervolgen. "Ik stond op met een pijnlijke voet. Het was even stressvol, maar gelukkig ben ik wel verder gegaan. Bij het speerwerpen knalde het ook nog eens in mijn knie."

Ondanks die fysieke problemen zal Vetter gewoon starten op de 800 meter. "Een meerkamp doet nou eenmaal overal pijn. En ik kan geen medaille meer halen, maar een redelijke klassering zit er wel in met de vierde plaats. Daar ga ik voor."

Gehavende 4x400 meter-ploeg komt tekort

Op de 4x400 meter voor mannen redde Nederland het vrijdag niet in de series, mede doordat de ploeg in een gewijzigde samenstelling moest aantreden. Vaste waarde Terrence Agard kon wegens een blessure niet lopen en Jochem Dobber, die in de ploeg zou debuteren, was ziek geworden. Het tweetal werd vervangen door Ramsey Angela en Nick Smidt, die normaal gesproken minder snel zijn op de 400 meter.

Na twee lopers, Tony van Diepen en Liemarvin Bonevacia zag het er voor Nederland nog goed uit in de serie. De ploeg ging aan de leiding, maar Angela en Smidt lieten zich inhalen door België, Italië en Spanje.

De Nederlandse mannen finishten als vierde, waar een plek bij de eerste drie nodig was om zeker te zijn van de finale. Nederland behoorde ook niet tot de twee landen die op basis van hun tijd door mochten naar de eindstrijd.

Goede tijd Van der Reijken

Op de 3.000 meter steeplechase haalde Irene van der Reijken de finale niet, maar ze kan toch terugkijken op een geslaagde race. De Nederlandse kampioen liep in haar serie 9.57,10 en dat is haar tweede tijd ooit. Eerder dit seizoen liep de 25-jarige Van der Reijken 9.51,79.

Polsstokhoogspringer Rutger Koppelaar kende een teleurstellende ochtend in Berlijn. De 25-jarige Zuid-Hollander werd mede door een scheenbeenblessure uitgeschakeld in de kwalificatie.

De Nederlands kampioen had al problemen met de aanvangshoogte van 5,16 meter, maar in de derde poging ging hij daar overheen. Zijn volgende drie sprongen op 5,36 meter mislukten, terwijl hij in mei zijn persoonlijk record nog tot 5,70 aanscherpte.

Bij zijn aanloop was zichtbaar dat Koppelaar niet pijnvrij was. "Ik heb een scheurtje in mijn scheenbeen, maar daar heb ik het hele jaar gewoon mee kunnen springen", vertelde de EK-debutant na afloop. "Nu is de pijn ineens erger dan ooit. Ik heb me er doorheen gebeten, maar zonder fatsoenlijke aanloop is het lastig springen."

Koppelaar is de enige Nederlander die in Berlijn in actie kwam op polsstok. Menno Vloon, die vorig jaar in Londen zijn WK-debuut maakte, heeft zich geblesseerd afgemeld.