De Nederlandse hockeysters hebben zondag in Londen voor de elfde keer in de historie de wereldtitel gepakt. In de finale werd zeer eenvoudig afgerekend met Ierland: 6-0.

Na de eerste twee kwarten was het al 4-0 door treffers van Lidewij Welten, Kelly Jonker, Kitty van Male en Malou Pheninckx. In de laatste twee periodes liep Oranje verder weg dankzij Marloes Keetels en Caia van Maasakker.

Voor het veel zwakkere Ierland was het WK al geslaagd, want het was de eerste keer dat een Ierse sportploeg de finale van een WK wist te halen.

Nederland domineert het vrouwenhockey al decennialang. Oranje werd eerder wereldkampioen in 1971, 1972, 1974, 1978, 1979, 1983, 1986, 1990, 2006 en 2014, stond voor de zesde keer op rij in de WK-finale en ontbrak slechts drie keer in de eindstrijd. Twee jaar geleden moest de formatie op de Olympische Spelen wel genoegen nemen met zilver.

De ploeg van bondscoach Alyson Annan bereikte de finale van het toernooi in Londen zaterdag ternauwernood, want topland Australië werd pas na shoot-outs opzij gezet.

Duel met Australië was enige test

Oranje verzekerde zich vrij eenvoudig van de wereldtitel, want het duel met Australië gold eigenlijk als enige test. In de groepsfase werd de vloer aangeveegd met Zuid-Korea (7-0), China (7-1) en Italië (12-1), waarna gastland Engeland in de kwartfinale met 2-0 opzij werd gezet.

Eerder op zondag legde de Spaanse ploeg achter Nederland en Ierland beslag op het brons. Australië, dat eerder dus nog de de WK-finale misliep door de nederlaag tegen Oranje, werd met 3-1 verslagen.

Aan het WK van dit jaar deden voor het eerst zestien landen mee. In de voorgaande jaren stond het aantal deelnemers op twaalf.