De Nederlandse waterpolosters hebben dinsdag ook hun tweede wedstrijd in de superfinale van de World League in China gewonnen. Oranje boekte een zwaarbevochten zege op Spanje, de nummer twee van het WK: 7-6.

De ploeg van bondscoach Arno Havenga verspeelde een voorsprong en kwam in het laatste kwart zelfs met 6-5 achter te staan, maar knokte zich alsnog naar de winst. Kitty-Lynn Joustra maakte het winnende punt.

"We hebben wederom zeer gedisciplineerd gespeeld, met name in de verdediging'', zei Havenga, wiens ploeg het toernooi met acht landen maandag was begonnen met een 7-5 overwinning op Australië.

In de laatste groepswedstrijd neemt Oranje het woensdag op tegen gastland China. Daarna volgen de kruisfinales, gevolgd door de halve finales op vrijdag en de eindstrijd op zaterdag.

De waterpolosters hadden zich begin deze maand geplaatst voor de zogeheten Super Final van de World League dankzij een eveneens nipte winst op Spanje (11-10) in de laatste groepswedstrijd van de Europese kwalificatie.

Vijfde

Oranje kwalificeerde zich vorig jaar ook voor de superfinale en eindigde toen als vijfde. In 2015 pakte de ploeg het brons in de World League, de beste prestatie tot nu toe.

De Amerikaanse waterpolosters wonnen de laatste vier edities van het toernooi. De regerend wereldkampioenen zitten in de andere poule en begonnen de jacht op hun vijfde opeenvolgende titel met een royale zege op Japan (14-4). Canada klopte Rusland met 11-9.

De groepswedstrijden zijn alleen van belang voor de indeling van de kwartfinales, die op donderdag worden gespeeld. Twee dagen later is de eindstrijd in Kunshan.