Mathieu van der Poel geeft na het komende veldritseizoen de voorkeur aan de mountainbike boven de weg. De 22-jarige Nederlander stelt zichzelf een medaille op de Olympische Spelen van 2020 in Tokio ten doel.

"Voor de Spelen in Tokio lijkt het me redelijk haalbaar om me te plaatsen. Voor mij zal het makkelijker zijn om op de mountainbike naar Tokio te gaan dan voor de wegwedstrijd. Zeker als ik kijk naar de medaillekansen", zei Van der Poel maandag bij de ploegpresentatie van Beobank-Corendon tegenover het AD.

De eenmalig wereldkampioen veldrijden maakte begin deze zomer de nodige indruk op de weg. Hij pakte onder meer de eindzege in de Boucles de la Mayenne en schreef bovendien twee etappes op zijn naam in de Franse rittenkoers.

Het zorgde ervoor dat verschillende WorldTour-formaties naar de diensten van Van der Poel informeerden, maar de hoofdrolspeler zelf is daar nog niet zo happig op.

"De weg is wel leuk, maar ik vind dat ik nog tijd genoeg heb om die stap te maken. In 2020 ben ik pas 25 jaar en dat vind ik nog steeds jong genoeg. Met een normale carrière kan ik dan nog altijd tien jaar op de weg rijden."

Van der Poel richt zich in het voorjaar dan ook volledig op de mountainbike. Hij hoopt in alle wereldbekerwedstrijden van start te kunnen gaan.

"Het is nog veel lastiger dan het veldrijden. Op de mountainbike heb ik harder afgezien dan in de cross. De techniek, anderhalf uur volle bak en het is ieder voor zich en niet afwachten zoals op de weg."