De Nederlandse judoploeg verlaat de WK in Boedapest zonder medailles. Nadat er individueel al geen succes was, ging het zondag op de slotdag ook mis in de landenwedstrijd in de Hongaarse hoofdstad.

De gemengde equipe van bondscoach Maarten Arens verloor in het nieuwe evenement, dat ook op de Olympische Spelen van Tokio in 2020 wordt toegevoegd aan het programma, met 4-2 van Rusland.

Oranje kwam 4-0 achter en wist toen al dat het afgelopen was. Margriet Bergstra (klasse tot 57 kilogram), Sam van 't Westende (-73 kg), Sanne van Dijke (-70 kg) en Frank de Wit (-90 kg) gingen onderuit tegen hun Russische tegenstanders.

Guusje Steenhuis (+70) redde de eer met een fraaie houdgreep tegen Natalia Sokolova en Roy Meyer (+90 kg) sleepte er in de golden score nog een waza-ari uit tegen Andrey Volkov.

Zwaar teleurgesteld

"Ik ben zwaar teleurgesteld, dit is echt een tegenvallend WK", gaf Arens toe bij de NOS. De bondscoach mikte met de Nederlandse ploeg op twee medailles in Boedapest.

Bij de vorige twee WK's en de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro hield de oogst (steeds één keer brons) voor Oranje ook al niet over. Toch maakt Arens zich naar eigen zeggen geen zorgen. "Het is gewoon moeilijk, klaar. De afgelopen drie jaar is het niet goed. We zijn verwend geweest met het aantal medailles in de jaren daarvoor."

"Ik zie dat we nu wel in de buurt zitten en dat we dichterbij komen in sommige gewichten. We zitten op de goede lijn, maar hebben het richting podium niet goed afgemaakt."

Evalueren

Arens zal met de judobond de WK grondig gaan evalueren. "Maar er is wat mij betreft niet zoveel anders dan in de voorgaande jaren. We hebben gewoon nog even wat tijd nodig. We moeten kunnen bouwen aan een nieuwe groep."

"Daar zijn we ook al mee bezig met die jonge gasten, maar die zijn nog niet zover dat ze zomaar even een WK-medaille winnen. Iedereen zal zich in elk geval verder moeten gaan ontwikkelen."