Wereldrecordhoudster Federica Pellegrini heeft woensdag bij de WK zwemmen in Boedapest enigszins verrassend het goud gewonnen op de 200 meter vrije slag.

De 28-jarige Italiaanse, die in 2011 voor het laatst wereldkampioen werd en ook op de WK van 2009 de beste was op die afstand, won in Hongarije na een knappe inhaalrace in een tijd van 1.54,73.

Het zilver ging naar de Amerikaanse Katie Ledecky en de Australische Emma McKeon. Beiden realiseerden een tijd van 1.55,18.

Ledecky is de olympisch kampioene op de 200 vrij. Ze had op een WK nog nooit een finale verloren en was in Boedapest al goed voor drie wereldtitels. Ze pakte goud op de 1500 meter vrij, de 400 meter vrij en de 4x100 meter vrij. Ledecky is recordhoudster met in totaal twaalf wereldtitels, één meer dan haar landgenote Missy Franklin.

In 2008 pakte Pellegrini in Peking de olympische titel op de 200 meter vrije slag. Bij de Olympische Spelen die volgden in Londen (vijfde) en Rio de Janeiro (vierde) miste ze echter net het podium.

Pellegrini is op de 200 vrij al sinds juli 2009 houdster van het wereldrecord op de langebaan. Ze klokte bij de WK in Rome destijds 1.52,98.

Heaty

Bij de mannen veroverde de Brit Adam Peaty zijn tweede wereldtitel. Nadat hij eerder al de beste was op de 100 meter schoolslag, pakte hij ook het goud op de 50 meter.

Dinsdag had Peaty zowel in de series als in de halve finale een wereldrecord gezwommen. Een dag later bleef hij vier honderdsten boven de nieuwe toptijd: 25,99. De 22-jarige titelverdediger hield de Braziliaan Joao Gomes Junior (26,52) en de Zuid-Afrikaan Cameron van der Burgh (26,60) duidelijk achter zich.

Op de 200 meter vlinder ging de titel naar Chad Le Clos. De Zuid-Afrikaan ging als een speer van start en hield zijn voorsprong vast tot het einde: 1.53,33. De Hongaar Laszlo Cseh was in 1.53,72 goed voor zilver. Het brons ging naar de Japanner Daiya Seto: 1.54,21.

Verenigde Staten

De zwemmers en zwemsters van de Verenigde Staten veroverden de wereldtitel op de 4x100 meter wissel gemengd. Dat deed Team USA opnieuw in een wereldrecord. 

Woensdagochtend waren de Amerikanen op het nieuwe olympische nummer al naar een tijd van 3.40,28 gesneld. Dat was bijna anderhalve seconde sneller dan het oude record, gezwommen door het team van Groot-Brittannië op de WK in 2015 (3.41,71).

In de finale ging het met vier andere zwemmers nog harder: 3.38,56. Voor de VS kwamen Matt Grevers, Lilly King, Caeleb Remel Dressel en Simone Manuel in het water. Het team van Australië pakte het zilver in 3.41.21. Het brons ging naar Canada: 3.41,25.