Bondscoach Alyson Annan van de Nederlandse hockeysters kende naar eigen zeggen een zware tijd nadat ze tijdens de gewonnen halve finale tegen Duitsland op de Olympische Spelen in Rio te maken kreeg met een black-out.

In de veronderstelling dat er nog een kwartier gespeeld moest worden, gaf Annan na de reguliere speeltijd de nodige aanwijzingen aan haar speelsters. Na een korte stilte werd de Australische erop gewezen dat de speeltijd voorbij was en er shoot-outs zouden volgen. Het incident kwam Annan op keiharde kritiek te staan.

"Ik vond het zelf al heel erg. Maar hoe jullie (de media, red.) over mij geschreven hebben... Ik werd afgeschilderd als een heel slechte coach. Dat deed echt pijn", zegt Annan vier maanden later tegenover het AD.

"Negen maanden lang heb ik me te pletter gewerkt. Maar die dertig seconden worden eruit gepikt. Ik heb de pers iets gegeven om over te schrijven."

De 43-jarige Annan noemt haar actie "oliedom", maar denkt wel te weten waarom haar dit overkwam. "Om te beginnen had ik in die warmte veel te weinig water gedronken. Ik was de hele tijd bezig met coachen. Dat scorebord klopte dus niet. En er gebeurde nog wat op de bank, iets dat niet benoemd hoeft te worden, want ik ben verantwoordelijk. Maar ik werd in verwarring gebracht en acteerde op die twijfel."

"Natuurlijk, ik was er zelf bij. Als ik dat terugzie denk ik: Jezus mina zeg... Maar het is groter gemaakt dan het is. Want één: ik had net de wedstrijd volledig gecoacht. Twee: het had geen invloed op de meiden, of de wedstrijd, de shoot-outs waren tot in detail voorbereid. En drie: ik kan het nu verklaren, het zal nooit meer gebeuren."

Stoppen

Annan mocht na de verloren eindstrijd tegen Groot-Brittannië aanblijven als keuzevrouw. Ze verlengde haar contract eind oktober tot en met het WK van 2018, al heeft ze wel degelijk overwogen om gelijk na de Spelen te stoppen als eindverantwoordelijke bij Oranje.

"De negen maanden waren extreem zwaar. Ik heb mijn kinderen bijna niet gezien. Dat hoort erbij. Maar daarna kwam die negatieve publiciteit. Ik dacht: is dat het allemaal waard? Ik ging terug naar de basis: waarom wilde ik zo graag bondscoach worden? Om iets terug te geven aan de sport."

"Als je als speelster zelf het hoogst haalbare hebt bereikt, weet je dat dat alleen kon door de mensen om je heen. Maar wat ik ook belangrijk vond: welk voorbeeld geef ik die dames als ik wegloop als het moeilijk wordt?"