De Nederlandse turners hebben zich voor het eerst in de geschiedenis als team gekwalificeerd voor de Olympische Spelen in Rio.

Dat deden Epke Zonderland, Jeffrey Wammes, Frank Rijken, Michel Bletterman, Bart Deurloo en Casimir Schmidt zaterdag op het zogenoemde testevent in Rio.

De Nederlandse ploeg streed met acht landen om de laatste vier teamtickets. Oranje kwam uit op een score van 347,444 en eindigde daarmee als derde. Duitsland, Oekraïne en Frankrijk mogen in augustus ook terugkomen in Rio.

De beste acht landen van de WK van vorig jaar waren al zeker van deelname.

Nederland begon sterk op voltige, in het verleden de zwakke plek. Met een teamscore van 56,733 kwam het team een kleine twee punten hoger uit dan op de WK in Glasgow. Zonder Yuri van Gelder, thuisgelaten omdat alleen het teamresultaat telde, was de score op ringen lager dan bij de WK.

Brug

Op sprong en brug kwamen de Oranjemannen weer net iets hoger uit. Dat gebeurde vooral aan de rekstok waar Zonderland zich revancheerde voor zijn mislukte optreden in Glasgow. Toen kwam de destijds door blessures gehinderde Fries tot 14,300.

Zonderland werkte hard om op tijd fit te zijn nadat hij afgelopen winter drie medische ingrepen had ondergaan vanwege ontstoken bijholtes. Nog verre van topfit kwam hij zaterdag, in de hal waar hij over vier maanden zijn olympische titel van Londen hoopt te prolongeren, tot een alleszins acceptabele 15,233.

Het ging er op het slotonderdeel vloer nog om de marge met de Roemenen, die vierde stonden, te behouden. Dat lukte terwijl de Nederlandse ploeg zelfs Frankrijk nog passeerde.

Na de turnvrouwen mogen ook de mannen met een team naar de Spelen waarbij Van Gelder, als medaillekandidaat aan de ringen, alsnog mag gaan dromen van zijn eerste Olympische Spelen.