Discuswerper Smith eist daadkracht van IAAF-voorzitter Coe

Discuswerper Rutger Smith eist een keiharde aanpak tegen de van doping doordrenkte Russische atletiek.

"We hebben een nieuwe voorzitter bij de internationale bond IAAF, Sebastian Coe. Ik ken hem als een gepassioneerde atleet. Hij moet nu doorpakken en de schorsing van de Russen doorzetten, anders is de atletieksport ten dode opgeschreven'', zegt de 34-jarige krachtatleet vanuit zijn Amerikaanse woonplaats Newport.

Smith is de meest succesvolle Nederlandse atleet op grote kampioenschappen met in totaal zeven medailles op EK's en WK's, veroverd met zowel kogelstoten als discuswerpen.

Hij is tevens het grootste 'slachtoffer' van dopegebruikers. Drie van zijn plakken kreeg hij pas jaren nadien omdat een geschorste dopingzondaar het eremetaal moest inleveren.

''Ik weet al jaren dat doping wijdverbreid is in Rusland en andere voormalige oostbloklanden. Ik hoor die verhalen al tien jaar. Ik snap wel dat er bewijzen moeten komen, maar voor mij bestond er al geen twijfel. Dopingcontroles in Rusland stellen ook niks voor, ze zijn meer een poppenkast.''

Politiek

De geboren Groninger hoopt dat voorzitter Coe zich niet laat strikken in de politieke spelletjes van de Russen. ''Als de IAAF nu niet keihard optreedt, blijft de corruptie. Ze moet een statement maken: geen Russen op de Olympische Spelen en de EK volgend jaar. Als nu alleen een vermanend vingertje wordt opgestoken naar Rusland, dan is de sport alle geloofwaardigheid kwijt en kun je doping net zo goed legaliseren.''

Smith heeft zich ondanks die wetenschap nooit laten ontmoedigen. ''Daarvoor ligt de sport me te na aan het hart. Atletiek is mijn passie, al vanaf mijn derde. Ik heb bewezen dat ik medailles kan halen zonder doping en ik ben tevreden over mijn carrière, ook al is het frustrerend te weten dat ik waarschijnlijk meer medailles ben misgelopen"

"Ik was Europees- en wereldkampioen bij de junioren en dacht: nu ga ik de wereld veroveren bij de senioren. Ineens kwamen er voor mij onbekende atleten uit de voormalige oostbloklanden opzetten die verder stootten en wierpen dan ik. Toen vroeg ik me als jonge naïeveling nog af: wat doen zij beter dan ik? Nu weet ik het antwoord.''

Er is één schrale troost: "Ik heb op de kampioenschappen waar ik een medaille heb gehaald, nooit een Rus boven me gehad. Daar ben ik dan wel weer blij mee.''

Tip de redactie