Het organisatiecomité van de Zomerspelen van 2020 in Tokio heeft vijf sporten, waaronder honk- en softbal, voorgedragen om op het olympische programma gezet te worden.

Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) besloot vorig jaar de gastlanden van de Spelen de mogelijkheid te geven om naar eigen inzicht sporten op het programma te zetten. Liefst 26 geïnteresseerde sporten meldden zich bij Tokio aan voor 2020.

Op een persconferentie maakte het organisatiecomité maandag bekend dat vijf sporten worden voorgedragen aan het IOC: honk- en softbal, karate (kata en kumite), skateboarden (straat en park), sportklimmen en golfsurfen.

Bowlen, squash en vechtsport wushu redden het niet van de lijst van acht finalisten. In een eerder stadium vielen al onder anderen korfbal, bridge, schaken, polo, sumoworstelen, touwtrekken, waterskiën en wakeboarden af.

De leden van het IOC zullen volgend jaar op het congres in Rio de Janeiro een definitieve beslissing nemen over de toevoeging van sporten, die in totaal voor achttien medaille-onderdelen en 474 nieuwe atleten zouden zorgen.

Populair

"Dit pakket vertegenwoordigt zowel traditionele als opkomende en op de jeugd gerichte sporten, die populair zijn in Japan en daarbuiten", schrijft Tokio 2020 in een verklaring.

Als het IOC akkoord gaat, keert honkbal terug op de Spelen. De in Japan zeer populaire sport werd na Peking 2008 van het programma gehaald. Nederland behoort al jarenlang tot de toonaangevende landen in het mondiale honkbal. Zowel in het honk- als softbal mogen zes landen meedoen aan de Spelen.

Vooral de squashwereld, die al twaalf jaar lobbyt voor een plek op de Spelen, viel de beslissing van Tokio zwaar.

"Ik ben er kapot van'', zei voorzitter Narayana Ramachandran van de mondiale squashbond WSF. "We hadden niet meer kunnen doen om onze boodschap te verspreiden. Ik spreek namens miljoenen squashers als ik zeg dat onze harten gebroken zijn. Maar we blijven onze droom najagen om ooit op de Spelen te staan.''