De Nederlandse waterpolosters hebben zich woensdagavond voor de vijfde keer in de historie en voor het eerst sinds 1998 geplaatst voor de WK-finale.

In de halve eindstrijd werd Italië na een sterk begin pas verslagen na strafworpen: (2-0, 3-1, 0-1, 0-3 en 5-4).

De 18-jarige keepster Laura Aarts stopte drie Italiaanse schoten en werd daarmee de Nederlandse heldin.

De ploeg van bondscoach Arno Havenga neemt het vrijdag in de finale op tegen de Verenigde Staten. De olympisch kampioen van Londen 2012 was in de halve finale te sterk voor Australië: 8-6 (2-2, 3-3, 1-0 en 2-1).

Op de Olympische Spelen van 2008 in Peking won Nederland verrassend het goud door de Amerikanen in de finale met 9-8 te verslaan.

Oranje, dat dit WK tot nu toe alleen van Australië verloor in de laatste groepswedstrijd (6-8), kroonde zich alleen in 1991 tot wereldkampioen. In 1986, 1994 en 1998 werd de WK-finale verloren.

Megens

Nederland begon erg sterk en stond na het eerste kwart op een 2-0 voorsprong. Keepster Aarts, in de kwartfinale tegen Rusland al uitblinkster, onderscheidde zich wederom met een paar goede reddingen.

Mede daardoor wist Italië pas met nog een halve minuut op de klok in het tweede kwart voor het eerst te scoren: 4-1. Oranje ging zelfs met een 5-1 voorsprong rusten door de vierde goal van de 19-jarige Maud Megens, de dochter van oud-international Patricia Libregts en kleindochter van voetbaltrainer Thijs Libregts.

Nederland gaf de wedstrijd in het tweede deel echter uit handen. Na het derde kwart was de voorsprong nog 5-2, maar in de laatste acht minuten kwam Italië dankzij de missers van Oranje terug tot 5-5.

Strafworpen moesten daardoor net als in de halve finale van het EK van vorig jaar de beslissing brengen en net als toen was Oranje het sterkst.

Na de eerste vijf schoten van beide landen was de stand nog steeds in evenwicht (3-3). Bij Oranje misten Dagmar Genee en Megens, terwijl Aarts zich onderscheidde met twee reddingen. Daarna moesten Nederland en Italië om de beurt gooien. Lieke Klaassen en Sabrina van der Sloot schoten raak, waarna Aarts de zevende Italiaanse poging pakte en Oranje daarmee een plek in de WK-finale bezorgde.