De Nederlandse waterpolosters zijn de zogeheten superfinale van de World League begonnen met een nederlaag.

De ploeg van bondscoach Arno Havenga moest dinsdag in Shanghai via strafworpen buigen voor Canada: 14-15. Na de reguliere speeltijd was de stand in evenwicht (9-9).

Dagmar Genee, die één minuut voor tijd de gelijkmaker op het bord had gebracht, miste in de noodzakelijke penaltyserie de beslissende strafworp.

Aan de superfinale in Shanghai doen de beste acht landen van de reguliere World League mee. Oranje won in de Europese kwalificatiegroep vijf van de zes wedstrijden en plaatste zich, ten koste van onder meer regerend wereld- en Europees kampioen Spanje, voor de grote finale in Shanghai.

In de openingswedstrijd tegen Canada beleefden de waterpolosters een flitsende start. Dankzij doelpunten van Yasemin Smit (twee) en Nomi Stomphorst stond Oranje al snel met 3-0 voor. Na een voorsprong van 5-4 halverwege kwam Oranje in het laatste kwart tot drie keer toe op achterstand. 

Brazilië

Marloes Nijhuis, Yasemin Smit en Dagmar Genee trokken de stand echter steeds weer gelijk, waardoor strafworpen de beslissing moesten brengen. Canada mag door de overwinning twee punten bijschrijven, Nederland één.

Oranje speelt woensdag tegen Brazilië en donderdag tegen de Verenigde Staten. De Amerikaanse vrouwen waren zaterdag in de finale van een voorbereidend zevenlandentoernooi in China nog veel te sterk voor de ploeg van Havenga (9-18).

Alle ploegen gaan door naar de kwartfinales, die vrijdag worden gespeeld. Na de halve finales op zaterdag volgt zondag de eindstrijd van de World League. Voor Oranje dient dit toernooi als voorbereiding op het WK in Kazan, dat eind volgende maand begint.