Sharon van Rouwendaal behaalde donderdag bij haar eerste EK in het open water haar tweede medaille en was daar zelf ook wel verbaasd over.

"Ik verras mezelf wel een beetje met dit succes'', zei de Nederlandse zwemster na haar zilveren plak op de 5 kilometer.

"Ik wist wel dat ik heel sterk was, maar je moet het toch maar even doen. Het is heel mooi om nog een medaille te pakken. Ik ben er heel blij mee.''

Van Rouwendaal voelde wel de vermoeidheid na haar gouden race op de 10 kilometer.

"Het was wel zwaar. Op het laatst had ik wel pijn in mijn armen en mijn benen. Ik verzuurde wel aardig. Maar ik ben wel gewend om met pijn te zwemmen. Ik vond het ook wel weer fijn om alleen te zwemmen en niet in een groep te liggen."

Teamwedstrijd

De zwemsters zwommen op de 5 kilometer hun eigen race tegen de klok. Met een tijd van 58.29 moest Van Rouwendaal alleen de Duitse Isabelle Härle (57.55) voor zich dulden.

"De eerste paar kilometer is niet echt mijn ding, maar daarna ging het eigenlijk best wel goed. Ik ben daarna gewoon gegaan. Goud zat er niet in, maar het is leuk om weer een medaille te pakken.''

Met Ferry Weertman, die donderdag ook goud won op de 10 kilometer, en Marcel Schouten doet Van Rouwendaal zaterdag ook nog mee aan de teamwedstrijd. "Dat ziet er goed uit voor ons."

Vanaf maandag maakt ze haar opwachting bij de wedstrijden in het binnenbad en werkt dan eveneens een omvangrijk programma af met de 800 en 1500 meter vrij en de 400 meter vrij of 200 meter vlinderslag.

Zilver voor Van Rouwendaal op 5 kilometer open water