Sharon van Rouwendaal zal bij de Europese kampioenschappen zwemmen voor het eerst op een groot toernooi het open water en de langebaan combineren. De 20-jarige Nederlandse heeft zo in Berlijn een boordevol programma.

Van Rouwendaal doet vanaf woensdag in het open water mee aan de 5 en 10 kilometer en de teamwedstrijd én zal vanaf volgende week maandag in het zwembad starten op de 1500, 800 en 400 meter vrij of de 200 meter vlinderslag.

"Het lijkt best veel, maar ik train erop en weet dat ik veel kan hebben. Ik weet mijn grens echter niet en die wil ik heel graag opzoeken. Bovendien denk ik dat ik straks bij de Spelen in Rio meer kans heb op een medaille in het open water dan op de langebaan'', aldus Van Rouwendaal.

De zwemster maakt in de Duitse hoofdstad voor het eerst haar opwachting in het open water bij een internationaal toernooi. "Ik heb in het open water gezwommen bij de Franse kampioenschappen en dat ging heel goed. Maar ik heb niet echt een idee wat me straks te wachten staat. Je schijnt zeker op de 10 kilometer harde klappen onderwater te krijgen. Het wordt een mooie test.''

86 kilometer

De in Frankrijk opgegroeide Van Rouwendaal is gewend aan het maken van kilometers. In een gemiddelde week zwemt ze zo'n 86 kilometer in het buitenbad in Narbonne.

De in Baarn geboren zwemster lag beduidend minder in het water toen ze in 2009 besloot voor Nederland te gaan zwemmen. Ze boekte meteen succes met een bronzen medaille op de 200 meter rugslag bij de wereldtitelstrijd in 2011, maar stagneerde in haar ontwikkeling.

Van Rouwendaal keerde terug naar Frankrijk om haar zwemloopbaan te 'redden'. Ze ging trainen onder de Franse coach Philippe Lucas en bloeide op. Ze besloot zich ook niet langer alleen op de rugslag te richten. "In Nederland willen ze dat je kiest, maar hier kan alles. Ik kon ook eindelijk weer kilometers maken. In het begin was het wel even wennen. Maar ik voelde me met de week sterker worden.''

Harde aanpak

Lucas staat bekend om zijn harde aanpak, maar Van Rouwendaal voelt zich er goed bij.

"Hij laat mij op trainingen zware setjes van tien keer 800 vrij zwemmen of zes keer de 1500 vrij. Het is veel, maar hij doet alles met een reden, want tijdens de wedstrijden hoef ik het maar een keer te doen en dan voelt het als een makkie."

"Als een training is gelukt, voelt het alsof ik een medaille heb gewonnen. Ik ben enorm sterk in mijn hoofd. Ze krijgen mij niet snel meer omver.''

Kromowidjojo

Van Rouwendaal vindt het jammer dat Ranomi Kromowidjojo de EK aan zich voorbij laat gaan. "Ranomi is iemand met veel ervaring, ik kan daar alleen maar profijt van hebben. Ik zal haar missen, maar snap haar keuze. Ze moet nu even flink aan de bak om er bij de Spelen in Rio weer te staan.''

Van Rouwendaal is eveneens niet met de Nederlandse ploeg mee op trainingskamp gegaan in de voorbereiding op de EK. "Soms is het wel eenzaam zonder Nederlanders om me heen, maar ik weet ook waar ik het allemaal voor doe.''

De Nederlands recordhoudster op onder meer de 200 meter rugslag en de 200 meter vlinderslag heeft wel regelmatig contact met Joop Alberda, technisch directeur van de KNZB. "Ik krijg vaak mailtjes van hem, dan wil hij weten hoe het gaat. Joop houdt alles goed in de gaten. Hij toont echt interesse en dat gebeurt toch niet vaak."