De Nederlandse Dopingautoriteit heeft volgens het vrijdag gepubliceerde jaarverslag in 2013 in slechts veertien gevallen aangifte gedaan van overtreding van het dopingreglement, bijna een halvering in vergelijking met 2012 (26).

Bovendien is één zaak aangebracht van (poging tot) manipulatie van de procedure van een dopingcontrole.

Bij de positieve analyses werden vooral afbraakproducten van verboden stimulerende - (acht maal) en spierversterkende middelen (zes) gevonden. De krachtsport was 'hofleverancier' met zeven gevallen.

In 2013 heeft de Dopingautoriteit 2490 controles uitgevoerd, waarvan er 371 door de opdrachtgever (meestal een internationale bond) zijn afgehandeld.

In 89 van de 2119 monsters die in 'eigen beheer' of in samenwerkingsverband zijn afgenomen - 1947 keer urine en 61 keer bloed - zijn sporen aangetoond van één of meer stoffen die op doping duiden of ten minste atypisch zijn.

Meestal (75 keer) ging de 'zondaar' vrijuit omdat bij nader onderzoek bleek dat bijvoorbeeld de verstoorde T/E-ratio (de verhouding tussen testosteron en epitestosteron) of een afwijkend steroïdenprofiel niet te wijten waren aan toediening van deze lichaamseigen hormonen.

In een aantal gevallen bleek er medische dispensatie te zijn verleend of achteraf, maar wel voor de aangifte, gegeven.