Niet alleen een meerderheid van de IOC-leden (60 tegen 36 stemmen) zag het zitten in Tokio als organisator van de Olympische Spelen van 2020, ook de Japanse bevolking was een groot voorstander.

Liefst zeventig procent van de inwoners van de metropool, waar dertien miljoen mensen wonen en nog eens ruim twintig miljoen in de wijde omgeving, stond achter de olympische plannen. Nationaal was dat 67 procent.

De herhaling van 1964 - de Spelen van onder anderen judoheld Anton Geesink, de wielrenners Gerben Karsten, Evert Dolman, Jan Pieterse en Bart Zoet (ploegentijdrit) en de zwemsters Ada Kok en Erica Terpstra - kwam er dankzij een uitgekiend concept dat brede steun kreeg door compactheid, bereikbaarheid, veiligheid en solide financiering.

Het organisatiecomité pronkte in zijn 'kersenbloesem bid' met 36 accommodaties in twee zones. De belangrijkste, centraal aan de kust, zal plaats bieden aan 21 takken van sport. Op deze plek zal ook het olympisch dorp verrijzen.

Op dit moment zijn vijftien stadions of hallen al klaar, elf moeten nog worden gebouwd. Daaronder het nieuwe olympisch stadion, dat op dezelfde plaats komt als dat van 1994. Tokio heeft gekozen voor tien tijdelijke voorzieningen. Voetbal zal zoals bij Londen 2012 ook in andere steden live te zien zijn.

Begroting

Tokio werkt met een begroting van 3,4 miljard dollar (2,58 miljard euro). Dat bedrag wordt gedekt door de bijdrage van het IOC en de eigen commerciële activiteiten rondom de Spelen. De Japanse overheid zal 4,38 miljard dollar (3,32 miljard euro) investeren, waarvan drie miljard bestemd is voor nieuw- en verbouw. Bovendien heeft de regering een reservepotje van 4,5 miljard dollar toegezegd in geval van onvoorziene tegenvallers.

Tijdens hun inspectiereizen hebben de IOC-leden zich ervan kunnen overtuigen dat Japan door tal van strenge bouwvoorschriften voldoende rekening houdt met calamiteiten als een aardbeving of tsunami.